Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
als bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.De bewijsbeslissing
feit 7
bijlage IIopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.
feit 9
- een sleutelbos en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer 100 euro en
- een portemonnee met daarin een rijbewijs, bankpas, creditcard van de ANWB en een geldbedrag van in totaal ongeveer 150 euro, die aan [aangever 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking;
2
forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4
op17 maart 2026 te Wassenaar, op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, enig goed, dat aan [aangever 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
enverbreking;
8
- een hobbykistje,
- een portemonnee met pasjes,
- een rugzak,
- een geldkistje,
- sigaretten, en
- een canvas tas, die aan [aangever 5] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
9
- een Jung Kook Funk pop,
- een Minecraft beker,
- twee paspoorten
- twee portemonnees met inhoud
- sleutels, en
- Cubaanse sigaren, die aan [aangever 6] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 (VIERENTWINTIG) MAANDEN;
groot 8 (ACHT) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;