ECLI:NL:RBDHA:2026:19130

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
NL25.37719
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.J. Paffen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit wegens vrijwillig vertrek

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uit een bericht van de Internationale Organisatie voor Migratie blijkt dat eiseres op 21 mei 2026 vrijwillig naar Marokko is teruggekeerd. Bij dit bericht is een door eiseres ondertekende vertrekverklaring gevoegd waarin zij verklaart Nederland vrijwillig te verlaten en haar openstaande verblijfsrechtelijke procedures te beëindigen.

De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft betwist dat zij haar procedures beëindigt en dat zij kennelijk geen prijs meer stelt op een beoordeling van het bestreden besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens vrijwillig vertrek en beëindiging van procedures door eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37719

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit opgelegd aan eiseres.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit op 12 augustus 2025 beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het beroep.
2. Uit het bericht van 22 mei 2026 van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) volgt dat eiseres met de IOM op 21 mei 2026 naar Marokko is teruggekeerd. Bij dit bericht is ook een door eiseres getekende vertrekverklaring bijgevoegd waarin eiseres verklaart dat zij Nederland vrijwillig verlaat en dat haar openstaande procedures worden beëindigd.
3. Nu eiseres blijkens de vertrekverklaring is vertrokken naar haar land van herkomst en zij met die vertrekverklaring heeft verklaard dat haar openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd, en dit niet door of namens haar is betwist, is de rechtbank van oordeel dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 9 juli 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.