ECLI:NL:RBDHA:2026:19135

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
K/4502/12064174
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • J. van der Lee
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 BWArt. 6:24 BWArt. 8:1173 lid 1 BWArt. 6:74 BWArt. 3:303 BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuizing volledige inboedel en schadevergoeding voor niet-afgeleverde en beschadigde goederen

De zaak betreft een geschil over de uitvoering van een verhuisovereenkomst tussen [partij A] en VHS24. VHS24 had de opdracht gekregen om de volledige inboedel te verhuizen tegen een vaste prijs, maar bracht later een extra bedrag in rekening voor een deel van de inboedel dat niet in de verhuiswagen paste. [partij A] betaalde dit bedrag onder protest en vorderde terugbetaling en schadevergoeding wegens niet-afgeleverde en beschadigde goederen.

De kantonrechter oordeelde dat op grond van de gemaakte afspraken en de Haviltex-norm VHS24 verplicht was de volledige inboedel te verhuizen tegen de afgesproken prijs. De aanvullende facturering was onterecht en het betaalde bedrag moest worden terugbetaald. Daarnaast werd vastgesteld dat enkele items niet waren afgeleverd en dat bepaalde kroonluchters beschadigd waren geraakt tijdens de verhuizing, waarvoor VHS24 aansprakelijk is.

De hoogte van de schadevergoeding wordt nog vastgesteld in een schadestaatprocedure. Verder werden vorderingen tot vernietiging van de nadere overeenkomst en verklaringen voor recht afgewezen wegens gebrek aan belang. De wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten werden toegewezen. De proceskostenbeslissing is aangehouden.

Uitkomst: VHS24 moet het bedrag van €6.830 terugbetalen en schadevergoeding betalen voor niet-afgeleverde en beschadigde inboedel.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
JvdL/B/C
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 12064174 \ RL EXPL 26-1620
Vonnis in verzet van 10 juli 2026
in de zaak van

1.[partij A sub 1] ,

te [woonplaats] ( [land] ),
2.
[partij A sub 2],
te [woonplaats] ( [land] ),
eisers, gedaagden in verzet,
hierna samen te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: mr. E. Wilke,
tegen
VERHUISSERVICE24 B.V.,
te Den Haag,
gedaagde, eiseres in verzet,
hierna te noemen: VHS24,
gemachtigde: mr. R.J.G. Ensink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het verstekvonnis;
- de conclusie van antwoord;
- de verzetdagvaarding;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 23 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de tijdens de mondelinge behandeling ingediende akte wijziging van eis namens [partij A]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 13 januari 2025 heeft VHS24 een offerte uitgebracht voor de verhuizing van de inboedel van [partij A] van [plaats 1] naar [plaats 2] in [land] (hierna: Eerste Offerte). Deze offerte vermeldt het volgende:

(…)
Verhuisploeg: 4 man // Verhuiswagen 35m3 laden
(…)
Meer of minderwerk m3 per m3 = €125 euro
(…)
Totaal te betalen: € 9.435,00
(…)
Te verhuizen inboedel: 3 2 persoonsbedden, en 4 eettafels
Te verhuizen inboedel: De verhuizing 3 2 persoonsbedden, en 4 eettafels 2 banken 70 verhuisdozen
Te verhuizen inboedel: 2 grote kasten. 2 meter breed, 60 cm diep en 2.30 hoog. 18 eetkamerstoelen in verschillende afmetingen
Te verhuizen inboedel: 3 lounge stoelen Grote speakers voor buiten. 6 stuks AFM. 60x60x80
Te verhuizen inboedel: 1 Amerikaanse koelkast Wasmachine & droger Buffet kast 3 kleine bankjes 120x40x50
Te verhuizen inboedel: 20 foto’s en schilderijen gemiddelde AFM. 1 mtr x 90cm
Te verhuizen inboedel:
Te verhuizen inboedel: 12 grote palletboxen van karton met losse spullen zoals kampeerspullen en schoenen etc. AFM. 120x100x80 2 ladders
Demonteren & monteren.: Ja
Items (de-)monteren: 3 2 persoonsbedden
(…)
Inpakservice: Nee
(…)
2.2.
Na het uitbrengen van de Eerste Offerte is op verzoek van [partij A] een medewerker van VHS24 bij [partij A] thuis langs geweest om de inboedel op te nemen.
2.3.
Op 15 januari 2025 heeft VHS24 een aanvullende offerte uitgebracht (hierna: Aanvullende Offerte). Deze offerte vermeldt het volgende:

(…)
extra 15m3
Verhuisploeg: 3 man // Verhuiswagen 20m3
Meer of minderwerk op locatie (€105,00 p/uur)
(…)
Totaal te betalen: € 2.268,75
Te verhuizen inboedel: extra 15 m3
(…)
2.4.
De Eerste en de Aanvullende Offerte vermelden dat de opdrachtgever met het aanvaarden van de offerte akkoord gaat met de algemene voorwaarden van VHS24 (hierna: Algemene Voorwaarden). In artikel 3.4 van de Algemene Voorwaarden staat het volgende:

3.4 Tussentijdse veranderingen in de opdracht, voorgesteld door opdrachtgever, kunnen slechts dan door opdrachtnemer worden aanvaard, indien daarover overeenstemming is bereikt tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Deze overeenstemming kan dient te blijken uit een door beide partijen voor akkoord ondertekend geschrift, waarin ook de eventuele financiële gevolgen van de wijziging zijn omschreven.
2.5.
Op 25 februari 2025 heeft de verhuizing plaatsgevonden. Omdat de inboedel niet volledig in de verhuiswagen paste, heeft VHS24 niet alles meegenomen. VHS24 heeft het restant kort daarna opgehaald en in haar eigen loods opgeslagen.
2.6.
Op 25 februari 2025 heeft VHS24 een factuur aan [partij A] gestuurd voor een bedrag van € 12.083,75. [partij A] heeft deze factuur betaald.
2.7.
Op 28 februari 2025 is de inboedel die op 25 februari 2025 was ingeladen bij [partij A] in [plaats 2] afgeleverd.
2.8.
Op 18 maart 2025 heeft VHS24 telefonisch aan [partij A] laten weten dat er nog 22 m3 aan inboedel in de loods van VHS24 staat en dat zij deze voor een bedrag van € 6.830 kan afleveren.
2.9.
Op 1 april 2025 heeft de advocaat van [partij A] in een e-mail aan VHS24 het volgende geschreven:

(…)
Op 25 februari 2025 stond de verhuizing gepland. U bent 5 uur later verschenen dan door u was geadviseerd ten gevolge waarvan u de inboedel op die dag niet meer volledig kon laden. Op 25 februari 2025 bleek al dat de inboedel meer niet zou passen in de verhuiswagen. U stelt dat dit komt omdat er achteraf tuin- en schuurinboedel en een kajak bijkwamen. Cliënten betwisten dat de afspraak was dat deze spullen niet verhuisd zouden moeten worden. U wist dat cliënten gingen emigreren en het huis enkele dagen leeg opgeleverd diende te worden voor de opvolgende kopers. Bovendien had het op uw weg als specialist gelegen om in de aanvullende offerte van 15 januari 2025 duidelijk te omschrijven welk deel van de inboedel had geleid tot de extra 15 cbm. Bovendien had het handig geweest als u een opmerking had gemaakt in de offerte dat een substantieel van de inboedel achter zou blijven. U heeft niets omschreven en cliënten mochten derhalve als consumenten vertrouwen op het feit dat u de volledige inboedel zou verhuizen.
(…)
Inmiddels stelt u dat u de resterende inboedel voor een meerprijs van € 6.830,00 af kunnen leveren te [plaats 2] . Een dergelijke kostenverhoging achteraf is voor cliënten niet acceptabel. (…).
(…)
2.10.
Op 9 april 2025 heeft VHS24 in een e-mail aan de advocaat van [partij A] het volgende geschreven:

(…)
Om uw cliënten tegemoet te komen, hebben wij een voorstel gedaan om het resterende transport uit te voeren voor een totaalbedrag van €6.830,00. Dit betreft een marktconform tarief voor een afzonderlijke rit van dit volume naar [land] .
Wij staan uiteraard open voor overleg over de uitvoering, maar willen duidelijk maken dat de extra kosten voortkomen uit een wezenlijke wijziging van de oorspronkelijke afspraken en omvang van de inboedel.
(…)
2.11.
Op 10 april 2025 heeft de advocaat van [partij A] in een e-mail aan VHS24 een tegenvoorstel gedaan dat onder meer inhield dat [partij A] bereid was om voor de resterende 22 m3 inboedel een bedrag van € 125 per m3 te betalen.
2.12.
Op 15 april 2025 heeft de advocaat van [partij A] in een e-mail aan VHS24 het volgende geschreven:

(…). Om de patstelling te doorbreken heb ik cliënte geadviseerd om onder uitdrukkelijk protest de betaling ad € 6.830,00 te voldoen. Het lijkt mij voor beide partijen van belang om de verhuizing te voltooien. (…). Na aflevering kunnen partijen dan alsnog in overleg treden. (…)
2.13.
In een email van [partij A] aan zijn advocaat stelt [partij A] voor om aan VHS24 te schrijven om ‘onder protest’ akkoord te gaan met de aflevering van de resterende inboedel tegen betaling van een bedrag van € 6.830.
2.14.
Op of omstreeks 22 april 2025 heeft [partij A] het bedrag van € 6.830 aan VHS24 voldaan.
2.15.
Op 7 en 10 mei is het restant van de inboedel aan [partij A] in [plaats 2] afgeleverd.
2.16.
Op 11 mei 2025 heeft [partij A] in een e-mail aan VHS24 het volgende geschreven:

(…)
Waarschijnlijk hebben jullie er weet van dat wij gisteren de derde lading met spullen hebben gelost. (…). We missen onder andere:
a.
een hartstenen ronde tuintafel
b.
een handbagage koffer
c.
een kleine horlogekoffer
d.
een kamerplant met grote bladeren
e.
dakdragers
f.
grasmaaier
g.
buitenspeelgoed
h.
bedpoten
i.
jassen
j.
een bronzen beeld
k.
ladder
(…)
Daarnaast was het opnieuw teleurstellend hoeveel spullen kapot zijn aangekomen. Alle 7 kroonluchters van deze lading zijn kapot. Ze zijn met zoveel geweld in de te kleine dozen geduwd, dat sommige kroonluchters door de dozen naar buiten staken. Van één kroonluchter is zelfs de drager/basis kapot. Ik denk dat dat wel aangeeft met hoe weinig zorg men met onze spullen is omgesprongen. Hier hebben we uiteraard foto’s en video’s van gemaakt. Ook is de Artemide lampvoet kapot, de witte ronde hanglamp, de prullenbak heeft deuken en zelfs een stoelkussen is flink beschadigd.
(…)
2.17.
Op 22 mei 2025 heeft VHS24 in een e-mail aan [partij A] het volgende geschreven:

(…)
Wij hebben intern onderzoek gedaan naar de verhuizing en de daarbij behorende levering. Op basis daarvan kunnen wij bevestigen dat wij alle goederen hebben geleverd voor zover deze bij ons bekend en geregistreerd zijn.
(…)
2.18.
Op 14 augustus 2025 heeft [partij A] VHS24 gedagvaard.

3.Het geschil in verzet

3.1.
[partij A] vorderde in de verstekprocedure – samengevat – om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (i) VHS24 te veroordelen in de teveel betaalde kosten van € 6.830, de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, de buitengerechtelijke kosten van € 716 en de proceskosten, (ii) voor recht te verklaren dat VHS24 toerekenbaar tekortgeschoten is jegens [partij A] wegens het niet meer kunnen traceren van een deel van de te verhuizen inboedel, zoals nader omschreven in nr. 17 van de dagvaarding, alsmede VHS24 te veroordelen tot schadevergoeding aan [partij A] nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en (iii) voor recht te verklaren dat VHS24 toerekenbaar tekortgeschoten is jegens [partij A] wegens de tijdens de verhuizingen ontstane beschadigingen aan de te verhuizen inboedel, zoals nader omschreven in nr. 25 van de dagvaarding, alsmede VHS24 te veroordelen tot schadevergoeding aan [partij A] nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
3.2.
Bij verstekvonnis van 2 oktober 2025 zijn de vorderingen van [partij A] toegewezen.
3.3.
VHS24 is bij dagvaarding van 6 januari 2026 in verzet gekomen tegen voornoemd verstekvonnis en concludeert – samengevat – tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [partij A] in de proceskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De kern van de zaak
4.1.
Deze zaak spitst zich toe op de vraag of VHS24 voor de afgesproken prijs de volledige inboedel van [partij A] moest verhuizen of dat zij voor de inboedel die niet meer in de verhuiswagen paste een aanvullende vergoeding van € 6.830 in rekening mocht brengen. De kantonrechter oordeelt dat VHS24 op grond van de gemaakte afspraken de volledige inboedel moest verhuizen. VHS24 mocht daarom geen aanvullende vergoeding in rekening brengen en moet deze dus aan [partij A] terugbetalen.
4.2.
Daarnaast gaat deze zaak over de vraag of VHS24 heeft voldaan aan haar verplichting om de te verhuizen inboedel van [partij A] volledig en onbeschadigd af te leveren. De kantonrechter oordeelt dat van enkele items uit de inboedel is komen vast te staan dat deze niet zijn afgeleverd of tijdens de verhuizing beschadigd zijn geraakt. Daarom moet VHS24 voor deze items een schadevergoeding betalen. Over de hoogte van deze schadevergoeding zullen partijen zich nog nader mogen uitlaten.
4.3.
De kantonrechter zal dit oordeel hierna toelichten.
De eiswijziging van [partij A] is toelaatbaar
4.4.
[partij A] heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn eis gewijzigd. Naast de in rov. 3.1 genoemde vorderingen vordert hij ook, voor zover de kantonrechter van oordeel is dat er op 22 april 2025 tussen partijen een overeenkomst is gesloten, om deze overeenkomst te vernietigen op grond van misbruik van omstandigheden. VHS24 heeft bezwaar gemaakt tegen deze eiswijziging, omdat deze te laat zou zijn ingediend.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de eiswijziging toelaatbaar is. Deze is namelijk niet in strijd met de goede procesorde. De reden hiervoor is dat de aanvullende eis binnen het gevoerde partijdebat past en VHS24 ter zitting in de gelegenheid is geweest hierop inhoudelijk te reageren.
Partijen hebben afgesproken dat de volledige inboedel verhuisd moet worden
4.6.
Volgens [partij A] is afgesproken dat VHS24 op basis van de in de Eerste en Aanvullende Offerte afgesproken prijs de volledige inboedel van [partij A] zou verhuizen. Volgens VHS24 is echter afgesproken dat er voor de afgesproken prijs in totaal 50 m3 aan inboedel zou worden verhuisd.
4.7.
Partijen verschillen dus van mening over de uitleg van de tussen hen gemaakte afspraken. Dit betekent dat de kantonrechter deze afspraken moet uitleggen. Bij deze uitleg is de Haviltex-norm het uitgangspunt [1] . Dit betekent dat een zuiver taalkundige uitleg van die bepalingen niet voldoende is. De uitleg is namelijk mede afhankelijk van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan (de bepalingen in) de overeenkomst mochten toekennen en wat zij daarover redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij van belang kan zijn tot welke maatschappelijk kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van de tussen partijen tot stand gekomen verhuisovereenkomst VHS24 tegen betaling van de afgesproken prijs de volledige inboedel van [partij A] moest verhuizen. Dit oordeel zal hierna worden toegelicht.
4.9.
De Eerste Offerte is gebaseerd op de opgave van de te verhuizen inboedel die [partij A] telefonisch had gedaan. Omdat deze opgave niet compleet was, heeft [partij A] VHS24 verzocht om bij hem thuis de inboedel op te nemen. Dit bezoek kan redelijkerwijs geen ander doel hebben gehad dan om vast te stellen wat de totale omvang van de te verhuizen inboedel was, zodat VHS24 daarvoor een prijsopgave kon doen. Bij dit bezoek heeft [partij A] de medewerker van VHS24 alle inboedel in het huis getoond en hem vanuit het huis ook de tuin en de schuur laten zien. [partij A] mocht er dus vanuit gaan dat VHS24 een goed beeld van de totale omvang van de inboedel had gekregen. VHS24 heeft tijdens het bezoek ook geen voorbehouden heeft gemaakt waaruit [partij A] had moeten afleiden dat VHS24 de prijsopgave wilde beperken tot een deel van de inboedel. Daarom mocht [partij A] ervan uitgaan dat de prijsopgave in de Aanvullende Offerte, in combinatie met die in de Eerste Offerte, de verhuizing van de volledige inboedel betrof.
4.10.
Dat de Aanvullende Offerte “
extra 15 cbm” vermeldt, maakt dit niet anders. Het is begrijpelijk dat [partij A] dit niet heeft opgevat als een beperking van de omvang van de te verhuizen inboedel. Het is voor [partij A] als niet-deskundige namelijk niet vast te stellen hoeveel kubieke meters zijn inboedel omvatte en of deze zou passen binnen het totale aantal kubieke meters dat in de Eerste en Aanvullende Offerte werd genoemd (te weten: 50 m3). Dit was nu juist de reden waarom [partij A] aan VHS24 had gevraagd om de inboedel bij hem thuis op te nemen. Bovendien wekt de Aanvullende Offerte voor het overige juist wel de indruk dat deze de volledige inboedel betrof. Zo specificeert deze niet op welk deel van de inboedel de berekening van de extra 15 m3 is gebaseerd, terwijl de Eerste Offerte dit wel doet. Bovendien vermeldt de Aanvullende Offerte niet hoe VHS24 zou omgaan met overschrijdingen van het totale aantal van 50 m3. In de Eerste Offerte staat vermeld dat voor meerwerk €125 per m3 in rekening zou worden gebracht. In de Aanvullende Offerte staat wel een tarief voor extra uren vermeld, maar geen bedrag meer per extra kubieke meter. Ter zitting heeft VHS24 verklaard dat de meerwerkregeling zoals opgenomen in de Eerste Offerte niet geldt voor verhuizingen naar het buitenland. Dat doet echter niet af aan de betekenis die [partij A] aan de tekst in de offertes mocht toekennen, namelijk dat bij de Eerste Offerte nog sprake was van een meerwerkprijs voor extra kubieke meters en dat de in de Aanvullende Offerte opgegeven prijs betrekking had op de verhuizing van de volledige inboedel.
4.11.
Ook de gang van zaken tijdens de verhuizing duidt erop dat VHS24 tegen de afgesproken prijs de volledige inboedel moest verhuizen. Toen de inboedel niet in de verhuiswagen bleek te passen, heeft VHS24 aangegeven dat zij de dag(en) erna een andere vrachtwagen zou sturen om het restant op te halen. Dat partijen hiervoor aanvullende financiële afspraken hebben gemaakt is niet gebleken. Wel staat vast dat VHS24 op de dag van de verhuizing de in rov. 2.6 genoemde factuur aan [partij A] heeft gestuurd, zonder daarbij aan te geven dat er nog een afzonderlijke factuur voor het restant van de inboedel zou volgen. Met andere woorden: deze gang zaken wijst er niet op dat partijen ervan uitgingen dat VHS24 voor de verhuizing van de resterende inboedel nog een aanvullend bedrag in rekening mocht brengen.
4.12.
VHS24 voert nog aan dat de tuin- en schuurinboedel en kajak niet meeverhuisd hoefden te worden. Volgens haar zou [partij A] dit telefonisch tegen een medewerker van VHS24 hebben gezegd. [partij A] betwist dat hij deze mededeling heeft gedaan. Volgens hem zou hij tijdens het huisbezoek alleen hebben gezegd dat alles mee moest en zou VHS24 toen ook een blik in de tuin hebben geworpen waar de kayak op een standaard stond. Ter zitting kon VHS24 niet zeggen of de mededeling door [partij A sub 1] of door [partij A sub 2] is gedaan. En ook niet wanneer die mededeling is gedaan. Ook heeft VHS24 geen verklaring van deze medewerker overlegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat VHS24 haar standpunt dat de tuin- en schuurinboedel en kajak niet meeverhuisd hoefden te worden onvoldoende heeft onderbouwd. Dit betekent dat de tuin- en schuurinboedel en kajak, net als de rest van de inboedel, tegen de afgesproken prijs moesten worden verhuisd.
VHS24 moet het bedrag van € 6.830 terugbetalen
4.13.
[partij A] stelt dat hij het bedrag van € 6.830 onverschuldigd heeft betaald. Naar de kantonrechter begrijpt, betoogt hij dat tussen partijen geen nadere overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan dit bedrag betaald moet worden. De reden die hij hiervoor aanvoert is dat het bedrag van € 6.830 onder protest is voldaan. Voor zover er wel een nadere overeenkomst tot stand zou zijn gekomen, betoogt hij dat deze op grond van misbruik van omstandigheden vernietigd moet worden, omdat het voor [partij A] geen optie was om de inboedel niet te laten afleveren. VHS24 betoogt dat partijen wel een nadere overeenkomst hebben gesloten en dat [partij A] op grond daarvan een bedrag van € 6.830 moet betalen. De nadere overeenkomst is volgens VHS24 tot stand gekomen omdat [partij A] overeenkomstig artikel 3.4 van de Algemene Voorwaarden de aanvullende offerte van VHS24 heeft geaccordeerd. Deze accordering zou hebben plaatsgevonden, omdat de in rov. 2.10 tot en met rov. 2.13 genoemde emailcorrespondentie moet worden aangemerkt als een ‘door beide partijen voor akkoord ondertekend geschrift’, als bedoeld in artikel 3.4 van de Algemene Voorwaarden. Het enkele feit dat [partij A] het bedrag van die aanvullende offerte ‘onder protest’ heeft voldaan, doet hier niet aan af, aldus VHS24.
4.14.
De kantonrechter is van oordeel dat partijen weliswaar een nadere overeenkomst hebben gesloten over de aflevering van de resterende boedel maar dat deze nadere overeenkomst is komen te vervallen als gevolg van het oordeel van de kantonrechter dat VHS24 op grond van de Eerste en Aanvullende Offerte de volledige inboedel moest verhuizen. Dit oordeel zal hierna worden toegelicht.
4.15.
Op 18 maart 2025 liet VHS24 weten dat zij een meerprijs van € 6.830 in rekening wilde brengen voor aflevering van de resterende inboedel. [partij A] heeft daarop aangegeven dat deze meerprijs voor hem niet acceptabel was, omdat hij erop mocht vertrouwen dat VHS24 de volledige inboedel zou verhuizen. VHS24 gaf vervolgens aan bij haar standpunt te blijven dat zij een bedrag van € 6.830 verlangde voor aflevering van de resterende inboedel. Daarop heeft [partij A] laten weten dat hij, om de patstelling te doorbreken, het bedrag van € 6.830 onder protest zou voldoen. Hij tekende daarbij aan dat partijen na aflevering alsnog in overleg konden treden. Uiteindelijk heeft [partij A] het bedrag van € 6.830 op of omstreeks 22 april voldaan en is de resterende inboedel afgeleverd.
4.16.
De kantonrechter legt deze gang van zaken als volgt uit. [partij A] is akkoord gegaan met betaling van een bedrag van € 6.830. Dit akkoord was echter onder de ontbindende voorwaarde dat VHS24 niet al op grond van de Eerste en Aanvullende Offerte verplicht was om de resterende inboedel af te leveren. Dit had VHS24 ook duidelijk moeten zijn. VHS24 wist dat [partij A] zich op het standpunt stelde dat VHS24 voor de in de Eerste en Aanvullende Offerte afgesproken prijs de volledige inboedel moest verhuizen. VHS24 wist ook dat [partij A] onder protest betaalde om de patstelling te doorbreken, zodat hij – inmiddels ruim anderhalve maand na de eerste aflevering – ook de resterende inboedel zou ontvangen. Tot slot wist zij dat [partij A] na aflevering van de resterende inboedel wilde terugkomen op de vraag of het bedrag van € 6.830 wel verschuldigd was. Met andere woorden: VHS24 had erop bedacht moeten zijn dat [partij A] dit bedrag terug wilde krijgen als zou blijken dat VHS24 de resterende inboedel al op grond van de Eerste en Aanvullende Offerte had moeten afleveren.
4.17.
In rov. 4.8 e.v. heeft de kantonrechter geoordeeld dat VHS24 op grond van de Eerste en Aanvullende Offerte de volledige inboedel moest verhuizen. De ontbindende voorwaarde waaronder [partij A] akkoord is gegaan met betaling van een bedrag van € 6.830 is dus vervuld. Dit betekent dat de nadere overeenkomst is komen te vervallen [2] , zodat VHS24 het bedrag van € 6.830 moet terugbetalen [3] .
[partij A] heeft recht op schadevergoeding voor een deel van de inboedel
4.18.
Volgens [partij A] heeft hij schade geleden omdat een deel van de te verhuizen inboedel niet is afgeleverd of tijdens de verhuizing beschadigd is geraakt. Het gaat hierbij om de in rov. 4.20 genoemde niet afgeleverde items en de in rov. 4.21 genoemde beschadigde items. [partij A] heeft deze schade onderbouwd door in de dagvaarding de verloren gegane items op te sommen. Verder heeft [partij A] in de dagvaarding van een deel van de beschadigde items beschreven wat de schade was en van een ander deel wat het herstelwerk is geweest. Van weer een ander deel heeft [partij A] alleen het item genoemd. Daarnaast heeft [partij A] foto’s en video’s overgelegd van bijna alle items die volgens hem niet zijn afgeleverd of beschadigd zijn geraakt. [partij A] heeft echter niet toegelicht wat de omvang van de schade is. VHS24 betwist dat de door [partij A] genoemde niet-afgeleverde items ter verhuizing zijn aangeboden en niet zijn afgeleverd. Verder betwist VHS24 dat de beschadigingen tijdens de verhuizing zijn ontstaan. Tot slot zouden de beschadigingen gebruikssporen of slijtage betreffen, gering zijn, dan wel zijn ontstaan omdat [partij A] de spullen niet deugdelijk heeft verpakt.
4.19.
De verhuizer is verplicht de te verhuizen inboedel ter bestemming af te leveren en wel in de staat, waarin deze hem ter beschikking is gesteld [4] . Als de verhuizer niet aan deze verplichting voldoet, is hij in beginsel aansprakelijk voor de schade die de opdrachtgever als gevolg daarvan lijdt [5] . De bewijslast en dus het bewijsrisico dat de hiervoor genoemde items aan VHS24 ten vervoer zijn aangeboden maar niet zijn afgeleverd of bij de verhuizing beschadigd zijn geraakt ligt dus bij [partij A]
4.20.
De kantonrechter zal hieronder beoordelen of VHS24 tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om de hieronder genoemde items van de inboedel af te leveren.
a. Ontbrekende acht poten van de boxspring sensen
De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de acht poten ter verhuizing zijn aangeboden en niet zijn afgeleverd. Uit de Eerste Offerte blijkt namelijk dat VHS24 drie tweepersoonsbedden moest demonteren en meeverhuizen. En uit de e-mail van 11 mei 2025 blijkt dat [partij A] al kort na levering over het ontbreken van de bedpoten heeft geklaagd. Dat [partij A] geen foto’s van de bedpoten heeft overgelegd, zoals VHS24 aanvoert, doet niet af aan het oordeel dat in voldoende mate is komen vast te staan dat de acht poten ter verhuizing zijn aangeboden en niet zijn afgeleverd.
b. Altrex ladder
De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ladder ter verhuizing is aangeboden maar niet is afgeleverd. Uit de Eerste Offerte blijkt namelijk dat er twee ladders moesten worden meeverhuisd. En uit de e-mail van 11 mei 2025 blijkt dat [partij A] al kort na levering heeft geklaagd over het ontbreken van een ladder. VHS24 voert nog aan dat niet kan worden vastgesteld of de ladder die op de overgelegde foto is afgebeeld dezelfde is als de ladder die staat vermeld in de Eerste Offerte. Dit betoog slaagt niet. Een van de foto’s toont de ladder samen met de in rov. 4.21, onder d, genoemde design eettafel. Het is dus aannemelijk dat [partij A] bij de verhuizing over deze ladder beschikte, terwijl niet valt in te zien waarom hij in plaats van die ladder een andere ladder ter verhuizing zou hebben aangeboden.
c. Tuintafel, dakdragers, bronzen beeld, schroeven eettafel
Deze items staan niet vermeld in de Eerste Offerte. Bovendien zijn van de dakdragers, het bronzen beeld en de schroeven van de eettafel geen foto’s overlegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [partij A] onvoldoende heeft onderbouwd dat deze items ter verhuizing zijn aangeboden en niet zijn afgeleverd.
4.21.
De kantonrechter zal ook beoordelen of vast is komen te staan dat de hieronder genoemde items bij de verhuizing beschadigd zijn geraakt en VHS24 daar aansprakelijk voor is.
a. Zes kroonluchters, een grote kroonluchter en een kleine kroonluchter
De kantonrechter is van oordeel dat de op de overgelegde foto’s beschadigingen zichtbaar zijn die bij de verhuizing zijn ontstaan. Ter zitting is gebleken dat VHS24 de kroonluchters heeft ingepakt. VHS24 heeft echter niet betoogd dat de beschadigingen al aanwezig waren toen zij de kroonluchters inpakte, dus het is aannemelijk dat deze pas daarna zijn ontstaan. VHS24 voert ook nog aan dat [partij A] niet heeft voldaan aan de in artikel 10.7 van de Algemene Voorwaarden genoemde verplichting om de kroonluchters goed in te pakken. Dit betoog slaagt niet, omdat niet [partij A] maar VHS24 de kroonluchters heeft ingepakt. Tot slot heeft VHS24 nog aangevoerd dat alleen twee hangers zijn losgekomen, die met de daarvoor bestemde haakjes weer kunnen worden teruggehangen, terwijl andere concrete schade niet waarneembaar is. Ook hier gaat de kantonrechter aan voorbij. Op de foto’s is zichtbaar dat er pegels en draden met pegels loszitten en de kantonrechter is er niet van overtuigd dat deze eenvoudig kunnen worden teruggehangen. Bovendien is zichtbaar dat er lampen en lamphouders zijn afgebroken. Het is daarom aannemelijk dat er schade is.
b. Kasje tuin, bronzen beeld, pedaalemmer, stoelkussen, televisie, iMac
Op de foto’s en in de video’s die [partij A] heeft overgelegd is schade aan deze items te zien. VHS24 betoogt echter dat niet vaststaat dat deze schade tijdens de verhuizing is ontstaan. Bovendien betoogt zij dat [partij A] deze items zelf had moeten inpakken maar dat niet op deugdelijke wijze heeft gedaan. Daarom zou VHS24 ook als de schade tijdens transport is ontstaan toch niet aansprakelijk zijn. Gelet op dit betoog is de kantonrechter van oordeel dat [partij A] zijn standpunt dat deze items tijdens de verhuizing zijn beschadigd en dat VHS24 hiervoor aansprakelijk is, onvoldoende heeft onderbouwd.
c. Overige items
Voor de overige items geldt dat de gestelde schade op de foto’s en in de video’s niet duidelijk zichtbaar is of dat het lijkt te gaan om gewone gebruikssporen of slijtage. De kantonrechter oordeelt daarom dat [partij A] onvoldoende heeft onderbouwd dat deze items tijdens de verhuizing beschadigd zijn geraakt en dat VHS24 hiervoor aansprakelijk is.
4.22.
Uit het voorgaande volgt dat VHS24 aansprakelijk is voor de schade die [partij A] heeft geleden als gevolg van het niet afleveren van de acht poten van de boxspring sensen en de Altrex ladder. Verder volgt hieruit dat VHS24 aansprakelijk is voor de schade die [partij A] heeft geleden als gevolg van de beschadigingen aan de zes kroonluchters, de grote kroonluchter en de kleine kroonluchter.
De begroting van de schade
4.23.
[partij A] heeft ter begroting van zijn schade verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd. Artikel 612 Rv Pro bepaalt dat de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, deze schade - voor zover dit mogelijk is - begroot in het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat omvang van de schade in deze procedure kan worden begroot. Een verwijzing naar de schadestaatprocedure is daarom niet nodig.
4.24.
Partijen hebben zich in de processtukken en ter zitting nog niet uitgelaten over de hoogte van de door [partij A] geleden schade. Daarom wordt [partij A] in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk vier weken na de datum van dit vonnis bij akte uit te laten over de hoogte van de in rov. 4.22 bedoelde schade. VHS24 zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte te reageren.
De overige vorderingen
4.25.
De gevorderde verklaringen voor recht dat VHS24 toerekenbaar is tekortgeschoten jegens [partij A] wegens het niet meer kunnen traceren van een deel van de te verhuizen inboedel en wegens de tijdens de verhuizingen ontstane beschadigingen aan de te verhuizen inboedel zullen worden afgewezen bij gebreke van voldoende belang (artikel 3:303 BW Pro). [partij A] had dit belang wel toen hij verwijzing naar de schade staat vorderde, maar inmiddels heeft hij dit belang niet meer omdat de kantonrechter de schade in deze procedure zal vaststellen.
4.26.
Ook de bij eiswijziging gevorderde vernietiging van de nadere overeenkomst zal worden afgewezen bij gebreke van voldoende belang. De kantonrechter heeft in rov. 4.17 namelijk al geoordeeld dat VHS24 het op grond van deze overeenkomst betaalde bedrag moet terugbetalen, zodat [partij A] geen zelfstandig belang bij vernietiging van de nadere overeenkomst heeft.
De wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten
4.27.
[partij A] vordert wettelijke rente over het bedrag van € 6.830 vanaf de datum van de dagvaarding. VHS24 heeft deze vordering niet betwist en daarom zal deze worden toegewezen. Verder vordert [partij A] vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 716. VHS24 heeft deze vordering ook niet betwist. De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] voldoende heeft onderbouwd dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht en dat het gevorderde bedrag overeenstemt met de staffel in het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Daarom zal deze vordering ook worden toegewezen.
De proceskosten
4.28.
De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden, zodat rekening kan worden gehouden met de uitkomst na de te nemen akten.
Slotsom
4.29.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 5 augustus 2026voor het nemen van een akte door [partij A] over de hoogte van de in rov. 4.22 bedoelde schade, waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Lee en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR: 1981:AG4158.
2.Artikel 6:22 BW Pro.
3.Artikel 6:24 BW Pro.
4.Artikel 8:1173 lid 1 BW Pro.
5.Artikel 6:74 BW Pro.