Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 6 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2009 te
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige].
- Volgens uittreksels uit de Basisregistratie Persoonsgegevens hebben de moeder en [minderjarige] in ieder geval de Nederlandse nationaliteit en de vader de Afghaanse nationaliteit.
- Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure betreffende partijen aanhangig, onder zaak- en rekestnummer C/09/691119 en FA RK 25-6714.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 24 oktober 2025 zijn voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende dat de moeder bij uitsluiting van de vader gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning en dat [minderjarige] aan de moeder wordt toevertrouwd.
Verzoek en verweer
Beoordeling
Infant Mental Health-traject van [zorginstantie]. Ook geeft [instantie] aan dat Jeugdformaat in september 2025 is gestart met een screening, maar dat Ouderschap Blijft pas kan starten als de echtscheiding rond is en er duidelijkheid is over de zorgregeling alsook over de aanwezigheid van eventuele trauma’s bij [minderjarige]. [zorginstantie] is in september 2025 gestart met het
Infant Mental Health-traject en inmiddels zijn er
words and pictures-verhalen gemaakt met beide ouders. De ouders hebben aangegeven dat deze
words and pictures-verhalen nog worden voorgelezen en aan de hand daarvan zal worden bezien of er sprake is van een traumareactie bij [minderjarige]. Pas daarna kan de verdere hulpverlening van [zorginstantie] en eventueel Jeugdformaat aanvangen.
Infant Mental Health-traject bij [zorginstantie]. Hoewel er dus veel hulpverlening betrokken is bij de ouders en [minderjarige], zijn er vooralsnog weinig tot geen concrete stappen gezet richting het contactherstel, terwijl beide ouders wel achter contactherstel staan, met als gevolg dat [minderjarige] zijn vader nu al lange tijd niet heeft gezien. De rechtbank begrijpt de frustratie die de vader in dit verband ervaart, nu hij zijn zoon al geruime tijd niet heeft gezien en hij voor zijn gevoel steeds hetzelfde verhaal moet vertellen bij verschillende hulpverleners. Desalniettemin benadrukt de rechtbank dat niet uit het oog mag worden verloren dat de hulpverlening signalen van (mogelijke) traumatisering door gebeurtenissen in het verleden bij [minderjarige] heeft waargenomen en dat die signalen serieus moeten worden genomen. Dit brengt ook mee dat telkens zorgvuldig moet worden afgewogen wat voor [minderjarige] op dat moment het beste is. Die zorgvuldigheid maakt dat telkens opnieuw moet worden afgewogen of en zo ja, welke, vervolgstappen kunnen worden gezet. Het is belangrijk dat [minderjarige] de juiste hulp en tijd krijgt om te profiteren van de geboden hulp. Daarom doet de rechtbank een beroep op de vader om [minderjarige] deze ruimte te geven en om zich volledig in te zetten voor de hulpverlening, nu dit uiteindelijk naar verwachting ten goede zal komen aan het bevorderen van het contactherstel op de lange termijn.
Infant Mental Health-traject – al een aanmelding wordt gedaan voor omgangsbegeleiding via het Kenniscentrum Kind en Scheiding, zodat dit zonder verdere vertraging kan starten als de benodigde hulpverlening is afgerond en werken aan contactherstel mogelijk blijkt.
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/691119 en FA RK 25-6714. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.
Beslissing
(de vader)
(de moeder)
rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders,
in de bodemprocedure metzaak- en rekestnummer C/09/691119 en FA RK 25-6714;