ECLI:NL:RBDHA:2026:19163

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
11 juli 2026
Zaaknummer
C/09/700037 / FA RK 26-1773
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377a BWArt. 1:377e BWArt. 223 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige zorgregeling en contactregeling tijdens detentie vader in familierechtelijke zaak

Partijen zijn ouders van drie minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats bij de moeder. Na scheiding van tafel en bed is een ouderschapsplan vastgesteld. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling vanwege veiligheidszorgen.

De vader verblijft sinds januari 2026 in detentie wegens een strafrechtelijke veroordeling. De moeder verzoekt de voorlopige zorgregeling te schorsen en contact tussen vader en kinderen te beperken tot telefonisch contact, vanwege de detentie en veiligheid. De vader verzoekt voortzetting van contact, inclusief gefaseerde en begeleide omgang na vrijlating.

De rechtbank overweegt dat de voorlopige ondertoezichtstelling is verlengd en dat ouders en jeugdbeschermer een tijdelijke regeling hebben getroffen met telefonisch contact en begeleid bezoek in de inrichting. De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing af en stelt een voorlopige zorgregeling vast conform de afspraken, met tweemaal per week telefonisch contact en bezoek onder begeleiding, rekening houdend met het maximaal aantal bezoekers.

De rechtbank benadrukt het belang van een gefaseerde en begeleide opbouw van het contact na vrijlating, waarbij reclassering en jeugdbeschermer betrokken blijven. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.

Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige zorgregeling vast met telefonisch contact en begeleid bezoek aan de vader in detentie en wijst het verzoek tot schorsing af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1773
Zaaknummer: C/09/700037
Datum beschikking: 10 juni 2026

Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro

Beschikking op het op 22 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. van den Berg te ’s-Gravenhage .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van 22 februari 2025, met bijlagen;
  • het verweerschrift van 26 mei 2026, met bijlagen.
Op 22 mei 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt bij voorlopige voorziening – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
de bij vonnis van de voorzieningenrechter van 23 december 2025 vastgestelde voorlopige zorgregeling te schorsen;
te bepalen dat gedurende de procedure geen zorgregeling tussen de man en de minderjarigen zal gelden, behoudens de in overleg met de jeugdbeschermer vastgestelde telefonische contactmomenten;
te bepalen dat iedere verdere beslissing omtrent contact zal plaatsvinden na nadere beoordeling van de veiligheidssituatie en het verloop van de (voorlopige) ondertoezichtstelling;
althans een zodanige voorlopige voorziening te treffen als de rechtbank in het belang van de minderjarigen geraden acht,
kosten rechtens.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de vader in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure zelfstandig verzocht:
te bepalen dat gedurende de detentie van de vader het contact tussen de vader en de minderjarigen wordt voortgezet in de vorm van telefonisch contact overeenkomstig de thans bestaande regeling, althans in een door de gecertificeerde instelling te bepalen passende vorm en frequentie;
te bepalen dat na invrijheidstelling van de vader het contact tussen de vader en de minderjarigen gefaseerd en, voor zover nodig, begeleid wordt opgebouwd onder regie van de gecertificeerde instelling;
subsidiair iedere verdere beslissing omtrent de concrete zorg- en contactregeling na detentie aan te houden teneinde de gecertificeerde instelling en zo nodig de Raad voor de Kinderbescherming nader te laten adviseren,
kosten rechtens.

Feiten

  • Partijen zijn op [datum] 2015 te [plaats] met elkaar gehuwd.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats] .
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 22 juli 2024 is tussen partijen de scheiding van tafel en bed uitgesproken en een ouderschapsplan opgenomen. Deze beschikking is op 28 november 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 23 december 2025 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden van 23 december 2025 tot 23 maart 2026, welke ondertoezichtstelling bij mondelinge uitspraak op 18 maart 2026 en bij beschikking van deze rechtbank van 23 maart 2026 is verlengd tot 18 december 2026.
  • Bij mondelinge uitspraak in kort geding van 23 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bepaald dat de kinderen:
- van 24 december 2025 10:00 uur tot dinsdag 30 december 2025 bij de moeder verblijven waarbij de vader de kinderen op 24 december 2025 naar de moeder brengt en hen op 30 december 2025 vervolgens weer ophaalt:
- van 30 december 2025 tot zondag 4 januari 2026 16:00 uur bij de vader verblijven waarbij de vader de kinderen op 30 december 2025 ophaalt bij de moeder en hen op zondag 4 januari 2026 eer terugbrengt hij de moeder;
- na de kerstvakantie bij de moeder verblijven en dat zij in de ene week van vrijdag uit school tot zondag 16:00 uur en in de andere week van vrijdag uit school tot na het eten (19:00 uur) bij de vader zijn waarbij de vader de kinderen haalt en brengt.
  • De vader verblijft sinds januari 2026 in een penitentiaire inrichting.
  • De bodemzaak (ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed met nevenvoorzieningen) is aanhangig bij deze rechtbank onder zaak – en rekestnummer

Beoordeling

Voorlopige zorgregeling
Op grond van artikel 1:253a, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) juncto artikel 1:377e BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Met betrekking tot de vraag of een ouder het recht op contact kan worden ontzegd, verklaart artikel 1:253a, vierde lid, BW het derde lid van artikel 1:377a BW van overeenkomstige toepassing. In artikel 1:377a, derde lid, BW staan de gronden opgesomd voor ontzegging van het recht op contact, welke gronden als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat contact in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
De moeder verzoekt de voorlopige zorgregeling te schorsen en te bepalen dat geen zorgregeling wordt vastgesteld, in afwachting van de voorlopige ondertoezichtstelling en een eventuele verlenging daarvan. Zij voert daartoe het volgende aan. De man zit sinds
8 januari 2026 in detentie in verband met verdovende middelen die in de woning van de moeder van de vader zijn aangetroffen. Vanwege het verblijf van de vader in de penitentiaire inrichting kan de huidige voorlopige zorgregeling niet worden uitgevoerd. In overleg met de jeugdbeschermer is er een tijdelijke contactregeling afgesproken waarbij de vader via de moeder tweemaal per week telefonisch contact heeft met de kinderen op maandag en vrijdag op een moment tussen 17:00 uur en19:00 uur. De moeder vindt het niet in het belang van de kinderen dat de huidige voorlopige zorgregeling, welke bij vonnis van 23 december 2025 door de voorzieningenrechter is vastgesteld, zonder nadere beoordeling herleeft zodra de vader in vrijheid wordt gesteld. Dit is niet alleen volgens de moeder, maar ook volgens de jeugdbeschermer onverantwoord.
De vader kan zich niet verenigen met het verzoek van de moeder en voert daartoe het volgende aan. De man erkent dat uitvoering van de huidige voorlopige zorgreling feitelijk niet mogelijk is, maar dat betekent niet dat ieder contact tussen de vader en de kinderen dient weg te vallen. De moeder erkent dat tussen de vader en de kinderen nu een belregeling bestaat waarbij de vader tweemaal per week, op maandag en vrijdag, telefonisch contact heeft met de kinderen. De man begrijpt dat er veiligheidszorgen zijn, maar gelet op de ondertoezichtstelling van de kinderen bestaat er ruimte om toe te werken naar een veilige, zorgvuldige en voor de kinderen verantwoorde voortzetting van het contact tussen de vader en de kinderen nadat de vader wordt vrijgelaten. Ook de Raad geeft volgens de vader in zijn rapport van 5 maart 2026 aan dat het contact tussen de vader en de kinderen niet zonder meer moet worden beëindigd, maar op een zorgvuldige wijze moet worden vormgegeven, waarbij de huidige belmomenten kunnen worden gecontinueerd binnen duidelijke kaders en het contact na invrijheidstelling geleidelijk en, indien nodig, begeleid kan worden opgebouwd.
De rechtbank overweegt als volgt.
Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de ondertoezichtstelling van de kinderen is verlengd tot 18 december 2026 en dat de ouders naast de lopende belregeling in overleg met de jeugdbeschermer ook hebben afgesproken dat er tussen de vader en de kinderen fysiek contact zal plaatsvinden. Er is afgesproken dat de kinderen één keer in de twee weken onder begeleiding van de zus van de vader bij de vader op bezoek gaan in de penitentiaire inrichting. De vader mag per keer maximaal drie bezoekers ontvangen waardoor twee van de drie kinderen per keer kunnen gaan en zij onderling per bezoek rouleren. Ook is gebleken dat de vader en de moeder het met elkaar eens zijn dat de voorlopige zorgregeling die bij vonnis van 23 december 2025 door de voorzieningenrechter is vastgesteld niet meer zal worden uitgevoerd. De moeder heeft op de zitting haar verzoek gewijzigd in die zin dat haar verzoek een wijziging van de zorgregeling betreft en niet een schorsing. De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij veroordeeld is tot twee jaar gevangenisstraf waarvan acht maanden voorwaardelijk. De vader zal dus voorlopig in de penitentiaire inrichting verblijven. Nu beide ouders hebben aangegeven dat de omgang tussen de vader en de kinderen gefaseerd opgebouwd dient te worden en eventueel ook begeleid dient te worden zal de rechtbank het verzoek van de moeder afwijzen.
De rechtbank zal een voorlopige zorgregeling vaststellen conform de tussen de ouders afgesproken regeling, nu zij deze regeling in het belang van de kinderen acht. De rechtbank gaat ervan uit dat voor en nadat dat de vader wordt vrijgelaten de reclassering bij de vader betrokken zal zijn. Ook gaat de rechtbank ervan uit dat de ouders met de reclassering, de jeugdbeschermer (als de ondertoezichtstelling dan nog loopt) en eventueel andere instanties in overleg zullen treden over de gefaseerde opbouw en eventueel begeleide omgang tussen de vader en de kinderen na de invrijheidstelling van de vader.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat tussen de vader en de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats] ,
een voorlopige zorgregeling zal gelden waarbij:
  • de vader en de kinderen, via de moeder, tweemaal per week telefonisch contact hebben met elkaar op maandag tussen 17:00 uur en 19:00 uur en op vrijdag tussen 17:00 uur en 19:00 uur;
  • de kinderen één keer per twee weken onder begeleiding van de zus van de vader op bezoek zullen gaan bij de vader in de penitentiaire inrichting. Gelet op het maximaal toegestane aantal bezoekers per bezoek aan de vader in de penitentiaire inrichting zullen per bezoek twee kinderen meegaan;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 juni 2026.