Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 24 november 2023, maar de minister had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiseres stelde de minister op 11 december 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden heeft overschreden en de ingebrekestelling correct is gedaan. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij rekening is gehouden met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,- vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde en de aard van het geschil.