Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 28 oktober 2023 ontvangen, maar de minister had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 25 november 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden heeft overschreden en de ingebrekestelling correct is gedaan. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van zes weken op, waarin de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde en de aard van de procedure. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting en maakt de uitspraak openbaar op 30 januari 2026.