Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 27 december 2023 ontvangen, maar de minister had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 16 december 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de beslistermijn van 21 maanden heeft overschreden en eiser de ingebrekestelling correct heeft gedaan. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken na verzending van de uitspraak vast, waarbij de minister verplicht wordt alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,-, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde en het beperkte onderwerp van het beroep.