ECLI:NL:RBDHA:2026:19244

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706648 / FA RK 26-5699
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychotische decompensatie

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1969. Betrokkene verbleef in een zorginstelling en werd vertegenwoordigd door zijn advocaat.

Betrokkene ontkende agressief gedrag en stelde dat hij medicatie gebruikte en geen psychotisch was. De advocaat voerde aan dat voortzetting van de maatregel niet noodzakelijk was. De waarnemend psychiater verklaarde echter dat betrokkene een chronisch psychotisch beeld vertoonde, vermoedelijk gestopt was met medicatie, en klinische herinstelling en monitoring noodzakelijk waren.

De rechtbank stelde vast dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene vertoonde onvoorspelbaar en agressief gedrag, waaronder het slaan van een medewerker en verwaarlozing van zichzelf. De diagnose schizofrenie met psychotische decompensatie werd bevestigd.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking en opname in een accommodatie noodzakelijk, evenredig en effectief was. Minder bezwarende alternatieven ontbraken. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 2 juli 2026. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en opname voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706648 / FA RK 26-5699
Datum beschikking: 11 juni 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 9 juni 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. H.J. Naber te Dordrecht.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 8 juni 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 8 juni 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de waarnemend psychiater, [naam 2];
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat het niet waar is dat hij een vrouw heeft geslagen. Hij geeft aan dat hij al sinds zijn twintigste dagelijks medicatie gebruikt en dat hij goed eet en drinkt. Ook vindt hij dat er te veel met hem wordt bemoeid. Betrokkene geeft aan dat hij het liefst zo snel mogelijk weg wil uit de accommodatie. Daarnaast stelt hij dat hij geen bezwaar heeft tegen het innemen van medicatie en dat hij thuis zijn medicatie onder toezicht inneemt.
De advocaat heeft toegelicht dat betrokkene een voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk vindt en van mening is dat hij niet psychotisch is. Betrokkene heeft eerder in een forensische kliniek gezeten en is daar goed opgeknapt. Ook is betrokkene gestopt met harddrugsgebruik. De advocaat geeft aan dat hij vervolgens een lange tijd niets van betrokkene heeft gehoord. Vorig jaar kwam er opnieuw een melding, waarna twee keer in een crisismaatregel is afgegeven, vooral in verband met conflicten. Ook nu is er sprake van een conflict, mogelijk mede door alcoholgebruik. Betrokkene stelt dat hij een conflict heeft gehad met een begeleider en daarom in de accommodatie terecht is gekomen. Hij ontkent psychotisch te zijn en blijft medicatie innemen. Volgens hem is er geen sprake van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel, omdat hij zich niet verzet tegen medicatie, spijt heeft van het incident en geen agressief gedrag vertoont. Derhalve is niet voldaan aan de eisen van de wet.
De waarnemend psychiater heeft ter zitting verklaard dat bij betrokkene sprake is van een chronisch psychotisch beeld. Op basis van controle van de bloedspiegel bestaat het vermoeden dat betrokkene is gestopt met zijn medicatie. Vanwege het aanhoudende psychotische beeld moet de medicatie klinisch opnieuw worden ingesteld. Dat kan in de kliniek sneller gebeuren en bovendien moet betrokkene ook goed worden gemonitord. Betrokkene is de afgelopen tijd vaker opgenomen geweest. De psychiater heeft er geen vertrouwen in dat betrokkene geen psychotisch beeld meer zal laten zien wanneer hij nu zijn medicatie inneemt en met ontslag gaat. Er is meer tijd nodig om te stabiliseren.
De psychiater acht de vormen van verplichte zorg
‘toedienen van medicatie’, ‘verrichten medische controles’, ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’en
‘opnemen in een accommodatie’noodzakelijk.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene heeft last van hallucinaties en is oninvoelbaar en onnavolgbaar in contact. Hij vertoont onvoorspelbaar gedrag, komt regelmatig in conflict met medebewoners en kan agressief worden. Zo heeft hij een medewerker in het gezicht geslagen.
Daarnaast zou betrokkene niet meer eten en drinken en smeert hij tandpasta op zijn hoofd, vanuit de overtuiging dat hij op die manier nog steeds voedingsstoffen binnenkrijgt.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische decompensatie in kader van zijn bekende schizofrenie. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze diagnose te twijfelen, aangezien deze is gesteld door de onafhankelijk psychiater en ter zitting is bevestigd door de waarnemend psychiater.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hij wil weg uit de accommodatie en heeft voorafgaand aan de opname zijn medicatie gestaakt.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. E.M.C. Mulders als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.