ECLI:NL:RBDHA:2026:19260

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706645 / FA RK 26-5696
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychiatrische ontregeling

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1968. Betrokkene verbleef in een zorginstelling en vertoonde psychiatrische ontregeling met manische symptomen, waaronder wanen en verbale agressie. De psychiater stelde dat verplichte zorg noodzakelijk was vanwege het risico op ernstig nadeel, waaronder psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene en zijn advocaat voerden aan dat zorg op vrijwillige basis mogelijk zou moeten zijn, gezien zijn bereidheid om in de accommodatie te blijven en medicatie te accepteren. De psychiater benadrukte echter de wisselvalligheid van betrokkene en de noodzaak van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en onderzoek op gedrag-beïnvloedende middelen.

De rechtbank oordeelde dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat verplichte zorg noodzakelijk en evenredig was. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de zorg was naar verwachting effectief. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, met de mogelijkheid tot het treffen van de gevraagde zorgmaatregelen. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en opname voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706645 / FA RK 26-5696
Datum beschikking: 11 juni 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 9 juni 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. R.T. Schrama te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 8 juni 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 8 juni 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam 2].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting zijn onvrede geuit over de ambulante zorg die hij ontvangt. Hij geeft aan dat de zorg voornamelijk telefonisch plaatsvindt en dat medicatie wordt voorgeschreven zonder dat hij persoonlijk wordt gezien. Hij vertelt dat hij bang is dat hij gestoken wordt door een jongen op een fatbike en dat hij niet meer naar [plaats] kan. Daarnaast geeft hij aan dat hij al zijn hele leven op het terrein van [zorginstelling] is en daarom wel in de accommodatie blijft wonen.
De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek, omdat zorg in een vrijwillig kader verleend kan worden. Betrokkene was ambulant in behandeling. Uit de stukken blijkt dat er de klad in is gekomen voor wat betreft het door betrokkene goed innemen van de medicatie, wat waarschijnlijk heeft geleid tot de huidige situatie.
Volgens de advocaat is ambulante behandeling op dit moment weliswaar geen optie en zijn er geen alternatieven beschikbaar, maar moet worden gekeken of betrokkene vrijwillig in de accommodatie kan verblijven. Eerder werd gedacht dat dit niet mogelijk was omdat betrokkene zou willen vluchten. Daar staat echter tegenover dat betrokkene, toen de politie kwam, bereid was om vrijwillig met de ambulance mee te gaan naar de accommodatie. Daarnaast heeft betrokkene verklaard dat hij in de accommodatie wil blijven. Hij neemt zijn medicatie in en er is slechts sprake van verbale weerstand. Ook heeft hij aangegeven dat hij rustig kan rondlopen, goed wordt verzorgd en geen intentie heeft om de accommodatie te verlaten.
De advocaat betwijfelt of de onderzoeksvormen voorzienbaar zijn, omdat hij dit niet terugziet in de stukken. Hij vindt de onderbouwing van de psychiater dat deze nodig zijn in verband met drugsgebruik in het verleden onvoldoende. Betrokkene heeft ook geen aanleiding gegeven om te denken dat er de afgelopen dagen door hem drugs zijn gebruikt.
De psychiater heeft ter zitting verklaard dat betrokkene momenteel rustiger overkomt dan bij opname, maar dat nog steeds sprake is van psychiatrische ontregeling. Betrokkene heeft ideeën dat hij door zijn buurman achterna wordt gezeten en dat hij achtervolgd wordt. Daarnaast kan hij zich dreigend uiten.
De ontregeling wordt volgens de psychiater in verband gebracht met het stoppen met medicatie. In de thuissituatie heeft betrokkene zijn medicatie niet ingenomen.
Tijdens de opname is gestart met orale medicatie. Hij heeft gisteren zijn medicatie wel geaccepteerd, maar toont verbaal veel weerstand. Ook richting het ambulante team toonde hij weerstand.
De psychiater geeft aan dat er binnenkort contact zal zijn met het ambulante team, onder andere om te overleggen over de medicatie. Verwacht wordt dat het stabiliseren van betrokkene ongeveer drie weken zal duren.
Ten aanzien van de vraag of betrokkene vrijwillig in de accommodatie kan blijven en vrijwillig medicatie kan innemen, vindt de psychiater dit lastig in te schatten. Op de momentsopname van de zitting zou de zorg mogelijk op vrijwillige basis kunnen worden geboden, maar wanneer sprake is van manische ontregeling kan betrokkene wispelturig zijn. Ook vertoont hij weerstand tegen de medicatie. De psychiater refereert zich op dit punt aan het oordeel van de rechtbank.
De psychiater acht de vormen van verplichte zorg
‘toedienen van medicatie’, ‘verrichten medische controles’, ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’, ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’, ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’en
‘opnemen in een accommodatie’noodzakelijk. Met betrekking tot de onderzoeksvormen heeft de psychiater toegelicht dat deze nodig zijn in verband met drugsgebruik. Hij baseert zich hierbij op de anamnese.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Voorafgaand aan de opname was sprake van verbaal agressief, dreigend en overlastgevend gedrag richting medebewoners. Betrokkene was al in beeld bij het [projectnaam], waar meerdere meldingen van buren over hem waren binnengekomen. Daarnaast heeft hij zijn woning overhoop gehaald, huisraad op de galerij geplaatst en zelf geprobeerd de meterkast te repareren, terwijl dit door een monteur moest gebeuren, met mogelijk gevaarlijke situaties tot gevolg. Verder is sprake van seksuele gedachten over een buurvrouw en een ernstig verstoord slaapritme. Zonder behandeling bestaat het risico op verdere psychische schade.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische decompensatie met manische symptomen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten,
- opnemen in een accommodatie.
Hoewel subsidiair namens betrokkene is aangevoerd dat de onderzoeksvormen niet voorzienbaar zijn, is de rechtbank – gelet op de toelichting van de psychiater - ook van oordeel dat deze vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Gelet op hetgeen ter zitting is besproken, acht de rechtbank de andere verzochte vormen van verplichte zorg onvoldoende voorzienbaar en zal het verzoek in zoverre worden afgewezen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hoewel namens betrokkene is aangevoerd dat de zorg thans op vrijwillige basis kan worden verleend, is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg noodzakelijk is. Er is sprake van een te wankel evenwicht. Hoewel betrokkene heeft aangegeven de accommodatie niet te zullen verlaten, is dit voornamelijk ingegeven door gevoelens van onveiligheid, niet door ziekte inzicht of intrinsieke motivatie voor een adequate behandeling. Daarnaast bestaat er nog verbale weerstand tegen medicatie. Hierdoor bestaat onvoldoende vertrouwen dat de benodigde zorg duurzaam in een vrijwillig kader kan worden geboden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. E.M.C. Mulders als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.