ECLI:NL:RBDHA:2026:19262

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706606 / FA RK 26-5665
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging wegens drugsgebruik en bezoekbeperkingen in psychiatrische opname

De rechtbank Den Haag heeft op 11 juni 2026 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot wijziging van een eerder afgegeven zorgmachtiging voor betrokkene, die verblijft in een zorginstelling. De wijziging is gevraagd omdat de bestaande zorgmachtiging niet langer volstaat om de veiligheid en doelmatigheid van de behandeling te waarborgen.

Betrokkene wordt opgenomen vanwege stemmingsklachten die sterk samenhangen met middelengebruik. Tijdens de opname is betrokkene meerdere malen positief getest op cocaïne en zijn drugsgebruikersvoorwerpen op haar kamer aangetroffen. Er bestaat een vermoeden dat drugs via bezoekers worden binnengebracht, wat de veiligheid van medepatiënten en de effectiviteit van de behandeling bedreigt. Betrokkene verzet zich tegen de bezoekbeperkingen, maar erkent niet het drugsgebruik.

De rechtbank oordeelt dat de voorgestelde aanvullende maatregelen, waaronder het beperken van het recht op bezoek indien bezoekers weigeren mee te werken aan fouillering, proportioneel en noodzakelijk zijn om de dreigende noodsituatie af te wenden. De zorgmachtiging wordt daarom gewijzigd en verlengd tot 31 oktober 2026, met onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperkingen en bezoekbeperkingen.

Uitkomst: De zorgmachtiging wordt gewijzigd en verlengd met aanvullende maatregelen waaronder bezoekbeperkingen en fouillering om veiligheid en behandeling te waarborgen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706606 / FA RK 26-5665
Datum beschikking: 11 juni 2026

Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg.

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. A.M.D. Naarden te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 31 oktober 2025 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 5 juni 2026;
- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 5 juni 2026 door [naam 1], zorgverantwoordelijke;
- een aanvraag aan de officier van justitie van 5 juni 2026 door de geneesheer-directeur;
- een gewijzigd zorgplan van 5 juni 2026;
- een aanvullende medische verklaring van 5 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, telefonisch bijgestaan door haar advocaat;
- de arts in opleiding tot specialist, [naam 2].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij het onterecht vindt dat haar bezoek is geweigerd. Volgens betrokkene is haar huisgenoot, die langskwam om de sleutel op te halen, geweigerd op basis van zijn uiterlijke verschijning. Hij droeg een hoodie en had zijn capuchon omhoog vanwege regen. Betrokkene stelt dat haar huisgenoot geen drugs bij zich had.
De advocaat heeft toegelicht dat het bezoek volgens de geldende regels had moeten worden toegelaten. Betrokkene wil graag bezoek ontvangen op een veilige manier.
Als dat betekent dat bezoekers moeten meewerken aan fouillering, dan vindt zij dat goed. Maar als zij helemaal geen bezoek mag ontvangen, verzet zij zich daartegen. Volgens de advocaat wordt de maatregel nu eigenlijk zo toegepast dat er helemaal geen bezoek wordt toegelaten. Daar is betrokkene het niet mee eens. De advocaat verzoekt daarom om afwijzing van het verzoek.
De arts in opleiding tot specialist (AIOS) heeft ter zitting verklaard dat het doel van de opname is dat betrokkene abstinent wordt van middelengebruik. Zij achten de stemmingsklachten in sterke mate verbonden aan middelengebruik. Betrokkene erkent niet dat er sprake is van problemen met middelengebruik.
Tijdens de opname is betrokkene meermaals positief getest op cocaïne, ook voordat haar vrijheden waren gestart.
Hierdoor bestaat het vermoeden dat zij ook binnen de accommodatie middelen heeft gebruikt. Daarnaast heeft zij ook gebruikersvoorwerpen voor drugs op haar kamer. Dat heeft zij ook toegegeven.
Een eerste bezoeker heeft geweigerd mee te werken aan fouillering. Daarnaast is ook sprake geweest van grof taalgebruik richting het personeel en een escalerend gedrag. Bij een tweede bezoek is de toegang geweigerd, omdat er een vermoeden was dat hij drugs kwam brengen. Dit vermoeden is mede gebaseerd op diens eerste bezoek en op het feit dat ouders hebben aangegeven dat betrokkene veel gebruikers kent en dat die haar ook voorzien van drugs. Betrokkene heeft bovendien ook aan medepatiënten gevraagd of zij haar drugs willen brengen.
Het beperken van het ontvangen van bezoek is nodig, omdat de vormen van verplichte zorg Opname en het Beperken van de bewegingsvrijheid niet voldoende zijn, nu betrokkene op de afdeling nog drugs heeft gebruikt.
De AIOS geeft aan dat betrokkene bezoek mag ontvangen, tenzij dit geen vertrouwde personen zijn of mensen die niet meewerken aan fouillering. Het is belangrijk dat de veiligheid voor iedereen op de afdeling kan worden gewaarborgd.

Beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 31 oktober 2025 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro.
Betrokkene gebruikt drugs op de afdeling en het vermoeden bestaat dat deze worden meegenomen door bezoekers. Indien betrokkene niet abstinent is van drugs, zal zij niet stabiliseren en kan ernstig nadeel niet worden afgewend. Dan is haar behandeling niet doelmatig. Bovendien komt door het binnenbrengen van drugs de veiligheid van medepatiënten en de veiligheid op de afdeling in het algemeen in het geding. De behandeling van anderen dan betrokkene zelf wordt hierdoor eveneens bemoeilijkt.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vorm van verplichte zorg toegepast:
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.
Gebleken is dat deze vorm van zorg, die niet is opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij het van belang acht dat betrokkene wel nog bezoek mag ontvangen en dat deze vorm van zorg daarom enkel mag worden toegepast indien het bezoek desgevraagd onderzoek op drugs weigert.
Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vorm van verplichte zorg. Zij is het er niet mee eens dat haar bezoek is geweigerd.
Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen voor de duur van de zorgmachtiging, derhalve tot en met 31 oktober 2026, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, indien bezoek desgevraagd onderzoek op drugs weigert.

Beslissing

De rechtbank:
wijzigt de op 31 oktober 2025 verleende zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen
worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg
hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van
communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het
toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader
kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en
gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, indien bezoek desgevraagd onderzoek op drugs weigert;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 31 oktober 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. E.M.C. Mulders als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.