ECLI:NL:RBDHA:2026:19263

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706128 / FA RK 26-5393
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij bipolaire stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een bipolaire stoornis, ADHD, een stoornis in het middelengebruik en een licht verstandelijke beperking.

Betrokkene verbleef circa anderhalve maand in een accommodatie en gaf aan ambulante zorg te prefereren boven opname, omdat hij zich in de accommodatie ongemakkelijk voelt en depressief raakt. De behandelcoördinator lichtte toe dat betrokkene rapid cycling vertoont en dat medicatie nog niet goed is ingesteld. Er is een risico op middelengebruik en delictgedrag, vooral bij hypomane fases. De geplande overgang naar beschermd wonen is voorzien in december 2026.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornissen, waaronder risicovol gedrag en suïcidale gedachten. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk vanwege ambivalentie en medicatieweigering. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, en wees minder bezwarende alternatieven af.

De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, bewegingsbeperkingen, onderzoek aan kleding en woonruimte, toezicht en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 11 december 2026. Het overige verzoek werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706128 / FA RK 26-5393
Datum beschikking: 11 juni 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accomodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. I. Saey te Rotterdam.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 mei 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 26 mei 2026 ondertekende medische verklaring van W. Dominicus, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 27 mei 2026;
- een zorgplan van 19 mei 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 29 mei 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 6 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de behandelcoördinator, [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat, mocht een zorgmachtiging nodig zijn, hij ambulante zorg wil en niet in de accommodatie wil blijven. Hij is nu circa anderhalve maand in de accommodatie en vindt dit te zwaar. Hij voelt zich er ongemakkelijk en blokkeert, waardoor hij weer depressief raakt.
Hij geeft aan dat hij in de huidige accommodatie is opgenomen omdat er geen plaats binnen beschermd wonen voor hem kon worden gevonden en er daarom geen andere optie was. Indien de zorg niet verplicht is, zou hij op zeer korte termijn een studio of kamer willen en één keer per week iemand die langskomt om te kijken hoe het gaat. Hij zou absoluut niet in de accommodatie blijven.
De advocaat heeft toegelicht dat betrokkene zelf zijn zaken wil regelen en verzoekt de rechtbank daarmee rekening te houden.
De behandelcoördinator heeft ter zitting verklaard dat betrokkene bekend is met een bipolaire stoornis. Zijn medicatie lijkt niet goed ingesteld te zijn. Er is sprake van rapid cycling, waarbij betrokkene snel op en neer gaat.
Betrokkene zou vanuit zijn verblijf in het kader van de ISD-maatregel naar beschermd wonen gaan. Deze plek is al geregeld, maar wordt momenteel gebouwd; naar verwachting is deze in december gereed.
In de tussentijd is vanuit de behandelaren de vraag om betrokkene in de accommodatie te houden om de medicatie beter in te stellen en zo stabiel mogelijk.
De behandelcoördinator geeft aan dat op dit moment soms een hypomaan beeld wordt gezien, waardoor er een risico is op middelengebruik en delictgedrag. Betrokkene heeft echter vooral last van somberheid, waardoor het voor hem lastig is om mee te doen met het programma.
Betrokkene mag tijdens de opname naar buiten, zolang hij aangeeft wat hij gaat doen en hoe laat hij terug is. Dit kan mogelijk bijdragen aan het vergroten bij hem van de behandelbereidheid.
Gedurende de opname, tot aan de overgang naar beschermd wonen in december, wordt ingezet op optimale behandeling van de bipolaire stoornis.
Betrokkene is op dit moment nog niet volledig meewerkend, inmiddels worden hem meer vrijheden geboden om bij hem de behandelmotivatie te vergroten.
Daarnaast wordt gekeken naar medicatie. Lithium lijkt effectief voor hypomane fases, maar minder voor depressieve fases, waar betrokkene juist last van heeft. De gesprekken over medicatie worden gevoerd met de regiebehandelaar. Betrokkene is ambivalent ten opzichte van medicatie en weigert deze weleens.
De behandeling bestaat verder uit psychotherapie, psycho-educatie, een goede dagstructuur en gezond leven.
Zonder zorgmachtiging is de verwachting dat betrokkene niet in de accommodatie kan blijven, op straat terechtkomt, middelen gaat gebruiken en zal terugvallen in delictgedrag.
De behandelcoördinator acht de verzochte vormen van verplichte zorg
‘verrichten medische controles’, ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’en
‘uitoefenen van toezicht’niet noodzakelijk.

Beoordeling

Op 11 mei 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 1 juni 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een bipolaire stoornis, een stoornis in het gebruik van middelen en ADHD. Betrokkene is daarnaast bekend met een licht verstandelijke beperking.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Tijdens manische episodes laat betrokkene risicovol en onverstandig gedrag zien, waarbij hij zichzelf kan uitputten en agressie oproept. Tijdens de opname heeft hij vuur gemaakt door stroomkabels kort te sluiten en de kamer laten overstromen.
Tijdens depressieve episodes heeft betrokkene suïcidale gedachten, komt hij niet tot activiteiten, trekt zich terug en heeft hij hulp nodig bij ADL.
Daarnaast is betrokkene recent weggelopen en heeft hij toen ook alcohol gebruikt. Ook gebruikt hij veel koffie en tabak, wat zijn psychische toestand verder kan verslechteren.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene wil niet langer in de accommodatie blijven en toont ambivalentie ten aanzien van medicatie en de behandeling. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- uitoefenen van toezicht.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 december 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. E.M.C. Mulders als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 juni 2026.