ECLI:NL:RBDHA:2026:19264

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706610 / FA RK 26-5669
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel bij manische ontregeling met bipolaire stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1969. Betrokkene verblijft in een accommodatie en wordt behandeld voor een vermoedelijke manische ontregeling binnen een bipolaire stoornis.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat hij medicatie gebruikt die effect lijkt te hebben en ontkende manisch ontregeld te zijn. De arts bevestigde echter dat er aanwijzingen zijn voor manie, waaronder druk gedrag, risicovolle beslissingen en agressie richting familie, wat heeft geleid tot een contactverbod. De arts achtte voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel, financiële schade en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door de psychische stoornis. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De machtiging wordt verleend voor drie weken, tot en met 2 juli 2026, met afwijzing van overige verzoeken.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorgmaatregelen tot en met 2 juli 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706610 / FA RK 26-5669
Datum beschikking: 11 juni 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 8 juni 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. N. Hendriksen te Hoorn.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 5 juni 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Zaanstad tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 5 juni 2026 ondertekende medische verklaring van M.L. Sluys, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij in de thuissituatie medicatie had tegen depressieve gevoelens, maar dat deze geen effect hadden. Sinds april slikt hij olanzapine, wat wel effect lijkt te hebben. Hij geeft aan dat hij niet meer depressief is en veel energie heeft.
Daarnaast geeft hij aan dat hij in september 2025 is opgenomen in verband met een ECT-behandeling. Deze behandeling heeft volgens hem sinds april een positief effect gehad. Betrokkene denkt dat zijn karakter hierdoor is veranderd; eerst was hij introvert en nu is hij drukker. Hij is veel aan het ondernemen, zoals lezen, fietsen en appen met vrienden.
Betrokkene ontkent momenteel manisch ontregeld te zijn. Hij geeft aan dat hij zijn dochter opzij heeft geduwd omdat zij in emotionele toestand de auto wilde pakken, en hij wilde voorkomen dat zij een ongeluk zou veroorzaken. Over het voorbeeld van beleggen geeft hij aan dat hij dit al 35 jaar doet.
Hij geeft aan dat hij in de accommodatie slecht slaapt, omdat zijn nachtrust door andere patiënten wordt verstoord. Hij stelt dat hij meer rust nodig heeft om te herstellen en dat het beter is om elders te herstellen dan in de accommodatie.
Tot slot geeft betrokkene aan dat de onafhankelijk psychiater zich niet heeft verdiept in het dossier en enkel zaken van zijn vorige psychiater heeft overgenomen, die hem maar twee keer heeft gesproken.
De advocaat heeft geen opmerkingen.
De arts heeft ter zitting verklaard dat de diagnose van betrokkene nog niet definitief is vastgelegd. Hij volgt de redenering van betrokkene over de ECT-behandeling, maar sluit zich aan bij de psychiater en psycholoog dat er wel degelijk aanwijzingen zijn dat het toestandsbeeld van betrokkene nu past binnen een manie bij een bipolaire stoornis.
Betrokkene is drukker, breedsprakig, vertoont meer risicogedrag, neemt grote beslissingen over geldzaken en zegt vakanties af. Daarnaast is sprake geweest van agressie richting familie, wat heeft geleid tot een contactverbod.
Betrokkene wordt tot nu toe behandeld met olanzapine, dat hij vrijwillig inneemt.
De arts geeft aan dat nog meer tijd nodig is voor klinische observatie om te kijken of de medicatie voldoende effect heeft.
Wanneer de crisismaatregel niet wordt voortgezet, wil betrokkene naar een vakantiehuis op de Veluwe gaan, maar dat is voor nu nog af te raden omdat er dan volgens de arts onvoldoende ambulante zorg beschikbaar is. Betrokkene kan mogelijk wel worden overgeplaatst naar een rustigere afdeling dan de afdeling waar hij thans verblijft.
De arts acht de vormen van verplichte zorg
‘toedienen van medicatie’, ‘verrichten van medische controles’, ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’en
‘opnemen in een accommodatie’noodzakelijk.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Voorafgaand aan de opname heeft betrokkene verbale en fysieke agressie richting zijn familie getoond. Daarnaast is bij hem momenteel sprake van slecht slapen, grootheidsideeën, geagiteerd gedrag en impulsiviteit, waarbij hij onder meer zijn huis wil verkopen, een auto wil kopen en wil scheiden. Hij is obsessief bezig met geld en beleggen. Verder valt hij bekenden lastig met dreigende berichten. Door deze berichten en zijn geagiteerde houding kan hij agressie oproepen. Volgens de familie van betrokkene is dit gedrag atypisch voor hem.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een manische ontregeling, waarschijnlijk in het kader van een bipolaire stoornis. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze (voorlopige) diagnose te twijfelen, aangezien deze is gesteld door de onafhankelijk psychiater en ter zitting is bevestigd door de arts, die daarbij aanvullende medische observaties heeft gedeeld. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hij wil niet langer in de accommodatie blijven.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. E.M.C. Mulders als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 juni 2026.