ECLI:NL:RBDHA:2026:1927
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van de minister op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. Eerder had de rechtbank Arnhem op 7 februari 2025 bepaald dat de minister binnen vier weken moest beslissen. Eiser diende daarop op 5 augustus 2025 een beroep in wegens het uitblijven van een beslissing, waarop de rechtbank Arnhem op 16 december 2025 uitspraak deed en de minister een nadere termijn gaf onder dwangsom.
Eiser stelde vervolgens op 1 december 2025 opnieuw beroep in tegen het uitblijven van een beslissing. De rechtbank Den Haag oordeelt dat dit tweede beroep te vroeg is en geen nieuw procesbelang oplevert, omdat de eerdere uitspraak al voorziet in een termijn en dwangsom. Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en restitueert het reeds betaalde griffierecht aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 30 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat het te vroeg is ingesteld na eerdere uitspraak met termijn en dwangsom.