ECLI:NL:RBDHA:2026:1928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na besluit op nareisaanvraag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn nareisaanvraag. De rechtbank had eerder bepaald dat de minister binnen acht weken moest beslissen, tenzij nader onderzoek werd aangekondigd. Op 7 januari 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De minister weigerde de proceskosten te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was zolang er geen besluit was genomen, ook al was een dwangsom nog niet volledig verbeurd. Omdat de minister alsnog een besluit had genomen, was het beroep ingetrokken en kon proceskostenvergoeding worden toegewezen.
De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en kende een vergoeding toe van €467,-. Er waren geen andere kosten die vergoed konden worden. De minister werd veroordeeld tot betaling van deze proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €467,- aan proceskosten aan verzoeker.