ECLI:NL:RBDHA:2026:1930

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
NL25.13814
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen vaststelling meerderjarigheid vreemdeling en geboortedatum

Eiser, van Eritrese nationaliteit, heeft asiel aangevraagd en stelt minderjarig te zijn met geboortedatum in 2006. De minister heeft echter op basis van een leeftijdsonderzoek en schouw door AVIM en IND vastgesteld dat eiser meerderjarig is en zijn geboortedatum op 2005 is vastgesteld.

Eiser betwist deze vaststelling onvoldoende en voert aan dat de minister onzorgvuldig en ongemotiveerd heeft gehandeld door zijn geboortedatum zonder uitleg vast te stellen, mede met het oog op nareis. De rechtbank stelt vast dat eiser geen identiteitsdocumenten heeft overgelegd en dat de leeftijdsschouw unaniem concludeert dat eiser meerderjarig is.

De rechtbank oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat er geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan door het bestuursorgaan. Ook de stelling dat de minister de geboortedatum gebruikt om nareis te blokkeren wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 29 januari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van meerderjarigheid en geboortedatum wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13814
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser, (gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: Y.C.E. Tholen).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 26 april 2023 asiel aangevraagd. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 maart 2025 de aanvraag van eiser in de verlengde procedure ingewilligd en hem een asielvergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister is hierbij uitgegaan van een geboortedatum [geboortedatum 1] 2005.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser stelt van Eritrese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2006.
3. De minister heeft bij het bestreden besluit - voor zover hier van belang - eisers verklaringen over zijn naam, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht, maar de verklaringen over zijn leeftijd en geboortedatum ongeloofwaardig.
4. Eiser voert aan dat dat de minister ten onrechte zijn geboortedatum heeft vastgesteld op [geboortedatum 1] 2005, terwijl eiser geboren is in 2006. Eiser is daarnaast tijdens het nader gehoor meegedeeld dat voor hem een geboortedatum van [geboortedatum 2] 2005 gehanteerd zou worden. De geboortedatum van [geboortedatum 1] 2005 wordt in het bestreden besluit zonder enige uitleg vastgesteld. De reden daarvoor is volgens eiser, dat de door de minister gehanteerde datum nareis onmogelijk maakt. Het besluit is dan ook op dit punt onzorgvuldig en ongemotiveerd tot stand gekomen. Eiser verzoekt de rechtbank om te bepalen dat eiser op [geboortedatum 1] 2006 of [geboortedatum 2] 2005 is geboren.
5. De rechtbank stelt het volgende vast. Eiser heeft geen identiteitsdocumenten overgelegd. Daarom heeft er door de AVIM1 en de IND2 een schouw plaatsgevonden. De twee opsporingsambtenaren van de AVIM hebben op grond van eisers lichamelijke kenmerken, eigen verklaringen en gedrag unaniem geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. De gehoormedewerker van de IND heeft op basis van eisers lichamelijke kenmerken, gedrag en verklaringen geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. In de kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens (de kennisgeving) van 6 december 2023 wordt meegedeeld dat eiser na schouwverhoor meerderjarig is verklaard en zijn geboortedatum [geboortedatum 2] 2005 is. De gehoormedewerker die het nader gehoor op 18 maart 2025 heeft afgenomen, heeft eiser meegedeeld dat uit leeftijdsonderzoek is gebleken dat de door eiser opgegeven geboortedatum onjuist is en dat hij meerderjarig is. Eiser heeft daarop verklaard dat zijn leeftijd is aangepast en dat hij de wijziging heeft geaccepteerd. Hierop heeft de gehoormedewerker eiser meegedeeld dat hem op basis van de resultaten van het leeftijdsonderzoek een nieuwe geboortedatum is toegekend, te weten [geboortedatum 2] 2005.
6. De rechtbank is van oordeel dat eiser de conclusie van de minister dat hij minderjarig is, onvoldoende heeft betwist. Eiser immers heeft geen gronden ingediend tegen de leeftijdsschouw die door de AVIM en IND zijn uitgevoerd. De minister daarentegen heeft alle feiten en omstandigheden meegewogen bij het beoordelen van de geboortedatum van eiser en kon die gelet op Werkinstructie 2025/1 vaststellen op [geboortedatum 1] 2005. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
7. Voor zover eiser meent dat de verklaring van de gehoormedewerker en de kennisgeving een beroep op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigt, volgt de rechtbank dat om de volgende redenen niet.
8. Volgens vaste jurisprudentie kan een beroep op het vertrouwensbeginsel slechts slagen, indien sprake is van een aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezegging van een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend.
9. De rechtbank oordeelt dat aan de enkele mededeling van de gehoormedewerker als hiervoor weergegeven geen rechten ontleend kunnen worden, omdat die mededeling geen ondubbelzinnige toezegging is die aan de minister kan worden toegerekend en waaraan eiser het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat zijn geboortedatum vastgesteld zou worden op een datum waarbij hij minderjarig zou zijn. Dit te meer, omdat hem wordt meegedeeld dat hij wordt aangemerkt als meerderjarig en de daarna genoemde datum van [geboortedatum 2] 2005 daar niet mee strookt.
10. De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn stelling dat de minister uitgaat van de datum [geboortedatum 1] 2005 om nareis te blokkeren. Ten eerste niet, omdat eiser zijn stelling niet heeft onderbouwd. Ten tweede niet, omdat uit WI 2025/1 volgt, dat het belangrijk is om een vreemdeling evident meerderjarig te verklaren, als deze dat is. Dit om een veilige verblijfsomgeving te garanderen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
1. Afdeling Vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel
2 Immigratie- en Naturalisatiedienst
11. Het voorgaande betekent dat de gronden van eiser niet slagen.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens - Kleijn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.