ECLI:NL:RBDHA:2026:19305

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
NL25.18994 en NL25.21250
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 9 VwArt. 8.7 lid 4 VbVreemdelingenwet 2000Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing verblijfsdocument EU/EER wegens duurzame relatie met Unieburger

Eiser, een Turkse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER als ongehuwde partner van een Bulgaarse Unieburger met wie hij een duurzame relatie onderhoudt. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat zij zes maanden feitelijk hadden samengewoond of een duurzame relatie hadden.

De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende bewijs heeft geleverd, waaronder inschrijving op hetzelfde adres, foto’s, WhatsApp-berichten met emotionele inhoud, getuigenverklaringen en financiële documenten, die samen een duurzame relatie aantonen. De rechtbank past een ex nunc-toetsing toe en concludeert dat de relatie duurzaam is, ook al is niet aan de zes maanden feitelijke samenwoning voldaan.

Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen vier weken een verblijfsdocument EU/EER te verstrekken. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €2.802,- en het betaalde griffierecht wordt vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen vier weken een verblijfsdocument EU/EER te verstrekken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.18994 (beroep) en NL25.21250 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser en verzoeker, hierna: eiser

(gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Wieman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER [1] waaruit rechtmatig verblijf als familielid van een Unieburger blijkt en het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
De rechtbank heeft de zaken op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, referente, M. Akar als tolk in de Turkse taal en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Achtergrond
2. Eiser is geboren op [geboortedag] 1975 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser beoogt verblijf bij zijn partner [persoon] (referente) in Nederland. Zij heeft de Bulgaarse nationaliteit en is zodoende Unieburger. Eiser heeft op 30 oktober 2023 een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw [2] . Referente woont op het adres [adres 1] te Amsterdam.
Besluitvorming
3. Met het besluit van 7 augustus 2024, gehandhaafd na bezwaar met het besluit van 18 april 2025 (het bestreden besluit), heeft verweerder deze aanvraag afgewezen en een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Volgens verweerder hebben eiser en referente niet aannemelijk gemaakt dat zij zes maanden feitelijk hebben samengewoond en/of gedurende ten minste zes maanden een duurzame relatie hebben onderhouden. Hierdoor kan eiser niet wordt aangemerkt als ongehuwde partner op grond van artikel 8.7, vierde lid, van het Vb [3] . Verweerder heeft verder gesteld dat geen sprake is van schending van artikel 8 van Pro het EVRM [4] .
Standpunten eiser
4. Eiser voert aan dat hij voldoende bewijsstukken heeft overgelegd om aan te tonen dat sprake is van een exclusieve en duurzame relatie tussen hem en referente. Dat in bezwaar geen (aanvullende) bewijsstukken zijn overgelegd, betekent niet dat hij en referente geen liefdesrelatie met elkaar hebben. De overgelegde foto’s zijn gemaakt met een smartphone en bij het uitprinten wordt volgens eiser geen datum vermeld. Ook stelt eiser bewijstukken te hebben overgelegd wat betreft de inkomsten van hem en referente, ten bewijze van het feit dat zij aan het middelenvereiste voldoen. In beroep heeft eiser nog meer stukken ingediend.
Toetsingskader
5. Aan een ongehuwde partner van een Unieburger kan een EU/EER document worden verstrekt als zij een deugdelijk bewezen duurzame relatie hebben, op grond van artikel 8.7, vierde lid, van het Vb. Verweerder gaat ervan uit dat de ongehuwde partner en de Unieburger een duurzame relatie hebben, als zij voorafgaand aan het moment van de aanvraag of op het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij in ieder geval gedurende die termijn feitelijk is samengewoond.
5.1.
Op grond van de persoonlijke omstandigheden van het geval kan een relatie als duurzaam worden aangemerkt als de Unieburger en de ongehuwde partner nog geen zes maanden feitelijk hebben samengewoond en zij gedurende tenminste zes maanden een duurzame relatie onderhouden.
5.2.
Verweerder kan daarbij in ieder geval de volgende relevante aspecten betrekken die aan kunnen tonen dat er emotionele en affectieve banden zijn aangegaan, die maken dat sprake is van een duurzame relatie: de duur van de gezamenlijke huishouding, het dragen van zorg voor elkaar, het hebben van een gezamenlijk kind en daar de gezamenlijke zorg voor dragen, het hebben van gezamenlijke financiële verplichtingen of banden, samenwoning in het verleden en/of de frequentie van het contact en elkaar zien. In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie. [5]
De overgelegde stukken
6. De rechtbank gaat hierna in op de stukken die eiser heeft overgelegd en of hij daarmee de duurzame relatie aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank kijkt daarbij ook naar de stukken die eiser in beroep heeft overgelegd. Anders dan verweerder is de rechtbank namelijk van oordeel dat de rechtbank de afwijzing van de aanvraag moet toetsen op basis van de feiten en omstandigheden zoals die nu gelden [6] (en niet zoals die golden op het moment dat het besluit werd genomen [7] ). Verblijfsrecht ontstaat in dit geval namelijk automatisch (van rechtswege) als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat eiser in de aanvraagfase onder andere de volgende stukken [8] heeft overgelegd.
- Een brief van 5 december 2023, waaruit volgt dat eiser vanaf die datum is inschreven als niet-ingezetene in de BRP [9] op het adres [adres 1] , te Amsterdam:
  • Bijlage Relatieverklaring partner EU-burger, ondertekend op 27 oktober 2023, waarin eiser verklaart dat dat hij woont op het adres [adres 1] te Amsterdam, en dat referente zijn partner is;
  • Vijftien ongedateerde foto’s waarop eiser en referente zijn te zien;
  • Twintig schermafbeeldingen van (niet vertaalde) WhatsApp-berichten over de periode 17 oktober 2023 tot en met 12 april 2024;
  • Een arbeidsovereenkomst van 1 juni 2024 tussen [bedrijf] . en eiser.
  • Salarisspecificaties van 30 april 2024, 31 mei 2025 en 30 juni 2024;
  • Bankafschriften van eiser van over de perioden 1 april 2024 tot en met 30 juni 2024;
6.2.
De rechtbank stelt verder vast dat eiser in beroep onder andere de volgende stukken [10] heeft overgelegd.
52 foto’s voorzien met data, van 2024 tot en met 2026, waarop eiser en referente zijn afgebeeld, vaak omarmd;
  • 48 schermafbeeldingen van (niet vertaalde) WhatsApp-berichten over de periode 2024 tot en met 2026;
  • Zeven (ongedateerde) getuigenverklaringen, waarvan twee in het Nederlands en vijf in het Turks.
  • Meerdere brieven uit 2023, 2024 en 2025, geadresseerd aan eiser, van onder meer het BPFL
  • Een factuur van de Mediamarkt van 25 september 2025.
  • Een reserveringsbevestiging onder de naam van eiser bij een hotel voor twee personen van 4 oktober tot 5 oktober 2025;
  • OV-specificaties, waaruit volgt dat eiser op verschillende dagen reist tussen de [adres 3] en de [adres 4] over de perioden:
- 25 juli 2025 tot en met 25 augustus 2025
- 26 augustus 2025 tot en met 25 september 2025
- 1 februari 2026 tot en met 3 maart 2026
- 14 maart 2026 tot en met 13 april 2026
Duurzame relatie
7. De rechtbank is van oordeel dat eiser met de overgelegde bewijsstukken in onderlinge samenhang bezien voldoende heeft aangetoond dat sprake is van een duurzame relatie met referente.
7.1.
Hierbij acht de rechtbank van belang dat verweerder in de herstelverzuimbrief van 16 april 2024 een lijst van documenten heeft opgesomd waarmee eiser een duurzame relatie met referente kan onderbouwen. Kijkend naar die lijst, heeft eiser op veel van die punten nadere stukken ingeleverd. Uit de overgelegde stukken volgt – en dat is ook niet in geschil – dat eiser sinds 5 december 2023 op het adres van referente staat ingeschreven. Op dat adres ontvangt eiser ook (belangrijke) post. Verder volgt uit de overgelegde OV-specificaties dat eiser in de betreffende perioden tussen het tramstation [adres 3] en het tramstation [adres 4] heeft gereisd in verband met zijn werk bij de [bedrijf] Het eerste tramstation bevindt zich namelijk op zes minuten loopafstand van het adres [adres 1] . [13] Het tweede tramstation bevindt zich vlakbij het adres [adres 2] , het adres van [bedrijf] .. Ondanks dat deze documenten op zichzelf niets zeggen over de oprechtheid van de relatie met referente, tonen deze wel aan dat eiser al langere tijd gebruik maakt van hetzelfde adres als referente. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser ook voldoende heeft aangetoond dat hij en referente gedurende tenminste zes maanden emotionele en affectieve banden zijn aangegaan, die maken dat sprake is van een duurzame relatie. Daarbij betrekt de rechtbank de vele foto’s over een langere periode (2023 – 2026), waarvan niet in geschil is dat op die foto’s eiser en referente zijn te zien. Op sommige foto’s poseren eiser en referente knuffelend, (liggend) dicht met hun hoofden bij elkaar, heeft eiser een arm om referente heen of zit referente bij eiser op schoot. Op andere foto’s is te zien dat referente eiser eten voert of dat eiser en referente uit eten zijn. Ook betrekt de rechtbank de door eiser overgelegde schermafbeeldingen van WhatsApp-berichten over een langere periode (2024 – 2026), waaruit onder andere volgt dat er frequent contact tussen eiser en referente is [14] . Hoewel de berichten niet zijn vertaald naar het Nederlands, ziet de rechtbank dat eiser en referente vele emoji’s [15] met hartjes naar elkaar sturen [16] . In enkele berichten die de rechtbank met behulp van Google Translate heeft vertaald, is te zien dat referente en eiser zeggen dat zij van elkaar houden [17] en elkaar een goedemorgen/fijne dag wensen [18] ; zij zeggen dat zij elkaar missen [19] ; referente aangeeft dat zij niet zonder eiser kan; en referente vraagt aan eiser om af te ronden waar hij mee bezig is en zo snel mogelijk terug kan komen, waarop eiser antwoordt dat haar WhatsApp-profielfoto geweldig is [20] . Ook volgt uit de berichten dat zij praten over allerlei dagelijkse gebeurtenissen. Zo vraagt referente bijvoorbeeld aan eiser of hij wat geld wil overmaken om crème te halen en antwoordt eiser dat hij dat doet [21] en praten eiser en referente met elkaar over de te halen boodschappen [22] en het koken [23] . Gelet op de vele overgelegde foto’s en berichten en de inhoud daarvan volgt de rechtbank verweerder niet in de stelling dat sprake is van een momentopname. [24] Ook de overgelegde reserveringsbevestiging onder de naam van eiser bij een hotel voor twee personen schetst, in het licht van de andere overgelegde stukken, een duidelijk beeld van een affectieve en duurzame relatie tussen eiser en referent. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. In het kader van de finale geschillenbeslechting en omdat er naar het oordeel van de rechtbank maar één uitkomst mogelijk is, draagt de rechtbank verweerder op een verblijfsdocument EU/EER te verstrekken. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van vier weken. De rechtbank bepaalt verder dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit. Aan de bespreking van de overige beroepsgronden komt de rechtbank niet toe.
9. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen noodzaak tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.
10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van €934,- en een wegingsfactor 1). Verweerder moet ook het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.18994,
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een verblijfsdocument EU/EER te verstrekken;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.21250,
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
De rechtbank/voorzieningenrechter, in beide zaken,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Europese Unie/Europese Economische Ruimte.
2.Vreemdelingenwet 2000.
3.Vreemdelingenbesluit 2000.
4.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
5.Op grond van Paragraaf B10/2.2.4.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
6.Dit wordt ook wel ‘ex nunc-toetsing’ genoemd.
7.Dit wordt ook wel ‘ex tunc-toetsing’ genoemd.
8.Op al deze stukken staat als adres het adres [adres 1] te Amsterdam genoemd.
9.Basisregistratie Personen.
10.Op de brieven, factuur en OV-specificaties staat als adres [adres 1] te Amsterdam genoemd.
11.Bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf.
12.Immigratie- en Naturalisatiedienst.
13.Geraadpleegd via https://www.google.nl/maps.
14.Op zitting heeft referente ontbetwist gesteld dat de naam ‘ [naam] ’, zoals te zien is op de Whatsapp-berichten, haar koosnaam is voor eiser.
15.Plaatjes en gezichtjes zoals: ❤️, en .
16.Gedingstuk 42, pagina 1.
17.Gedingstuk 13, pagina 28, 41.
18.Gedingstuk 13, pagina 28.
19.Gedingstuk 13, pagina 30, 31, 32, 34.
20.Gedingstuk 41, pagina 13 en Gedingstuk 42, pagina 10.
21.Gedingstuk 41, pagina 1.
22.Gedingstuk 41, pagina 5.
23.Gedingstuk 42, pagina 19.
24.Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10593, rechtsoverweging 7.2.