Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 3] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben op 24 maart 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft op 18 februari 2026 alsnog een beslissing genomen. Vervolgens hebben verzoekers het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de verzoekers toewijzen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem en een lichte wegingsfactor.
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten en doet dit zonder zitting. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 9 juli 2026 en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag machtiging voorlopig verblijf.