Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
[derde-partij 1]uit [woonplaats 1] ,
[derde-partij 2] e.a.uit [woonplaats 1] (gemachtigde: mr. [derde-partij 1] ),
[derde-partij 3] e.a.uit [woonplaats 1] en [woonplaats 2] (gemachtigde: mr. A. Danopoulos) en
[derde-partij 4]uit [woonplaats 1] (gemachtigde: mr. A. Danopoulos).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“Verpakkingsafval met resten van verf, lijm, kit of hars of lege spuitbussen, moeten gescheiden worden opgeslagen van overige afvalstoffen en de verpakkingen uit voorschrift 2.24.1.”
Afvoer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die nog niet binnen de inrichting (geheel) zijn verwerkt, dient plaats te vinden naar een inrichting ten behoeve van een passende verwerking van deze afvalstromen in overeenstemming met de toepasselijke normen en specificaties van de CENELEC Standard. In geval dat AEEA wordt geëxporteerd naar het buitenland geldt de verplichting tot gelijkwaardige verwerking.”