ECLI:NL:RBDHA:2026:19318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Paffen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
Eiser, een Ugandees geboren in 1992, diende op 18 augustus 2023 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn homoseksuele gerichtheid vervolging in Uganda vreest. Hij legde uit dat hij sinds 2009 een relatie had met een man, die in 2015 eindigde na ontdekking van zijn geaardheid, gevolgd door arrestatie en mishandeling door de politie. Ondanks deze omstandigheden werd zijn aanvraag door verweerder afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig achtte, maar diens verklaringen over zijn seksuele gerichtheid onvoldoende concreet, persoonlijk en consistent waren. Verweerder had rekening gehouden met het referentiekader van eiser, waaronder culturele taboes en medische adviezen, maar vond dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn gevoelens en ervaringen.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn referentiekader en medische klachten, en dat het gehoor lang en uitputtend was. De rechtbank verwierp deze stellingen, oordeelde dat verweerder adequaat had gemotiveerd waarom de verklaringen onvoldoende waren en dat het beroep ongegrond was. Ook de verklaringen van derden werden onvoldoende geacht om de geloofwaardigheid van eiser te versterken.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor internationale bescherming en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid.