Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 mei 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt overgedragen aan Kroatië voordat op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat nu op een gerelateerd beroep (zaaknummer NL26.30090) reeds uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.