ECLI:NL:RBDHA:2026:19328

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
NL24.36537
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen machtiging verblijf

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op een aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat verweerder alsnog een besluit nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht.

De rechtbank oordeelt dat de proceskostenvergoeding terecht is, omdat verweerder akkoord ging met vergoeding van €453,50 voor rechtsbijstand. De wegingsfactor 'licht' is toegepast gezien de aard van het beroep.

Het verzoek tot vergoeding van het griffierecht wordt afgewezen, omdat verzoeker op grond van voorlopige vrijstelling wegens betalingsonmacht geen griffierecht heeft betaald. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom alleen tot vergoeding van de proceskosten.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, het verzoek tot griffierechtvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.36537

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en

de minister van Asiel en Migratie,

Procesverloop

Verzoeker heeft op 18 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf van 13 januari 2024.
Op 24 februari 2025 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verweerder is per brief van 14 maart 2025 akkoord gegaan met het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, tot een bedrag van €453,50. Deze kosten zijn correct vastgesteld op €453,50 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in het jaar 2025. De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5).
3. Ten aanzien van het verzoek op de vergoeding van het griffierecht van €187 stelt de rechtbank vast dat er op 2 oktober 2024 voorlopige vrijstelling is toegewezen aan verzoeker wegens betalingsonmacht. Met het overgelegde formulier is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
4. Nadat de voorlopige vrijstelling aan verzoeker is toegewezen, is er geen griffierecht door verzoeker betaald. Weshalve kan de rechtbank het verzoek om verweerder te veroordelen in het griffierecht van verzoeker niet toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
- verklaart het verzoek om vergoeding van griffierecht ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 9 juli 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin
u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit
verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet
deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,
kunt u dit in uw verzetschrift vermelden

Voetnoten

1.Algemen wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.