ECLI:NL:RBDHA:2026:19360

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
NL25.3068
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit minister afgewezen wegens voldoende zorgvuldige voorbereiding

Eiser, met de Somalische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een aanvullend terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, waarin hij werd opgedragen terug te keren naar Somalië of Qatar. Het oorspronkelijke asielbesluit was eerder afgewezen en het beroep daarop ongegrond verklaard.

Eiser stelde dat het aanvullende terugkeerbesluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, onder meer omdat hij niet schriftelijk zijn zienswijze kon geven en de minister geen onderzoek had gedaan naar zijn medische situatie. De rechtbank oordeelde echter dat de minister op 16 januari 2025 eiser had gehoord en expliciet had gevraagd naar eventuele problemen in Qatar, waaronder medische omstandigheden.

De rechtbank vond dat de minister voldoende zorgvuldig had gehandeld en dat eiser geen omstandigheden had aangevoerd die het besluit onrechtmatig maakten. Ook was eiser erop gewezen dat hij het gehoorrapport met zijn advocaat kon bespreken en schriftelijk kon reageren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit is ongegrond verklaard wegens voldoende zorgvuldige voorbereiding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.3068

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

Procesverloop

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft de behandeling van het beroep aangehouden omdat op dat moment het beroep tegen het originele terugkeerbesluit, waarop het bestreden besluit een aanvulling vormt, nog aanhangig was bij deze rechtbank. Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven de zaak zonder nadere zitting af te doen.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op
[geboortedag] 1994.
2. Bij besluit van 28 november 2024 is eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat besluit geldt ook als terugkeerbesluit. In het besluit draagt de minister eiser op terug te keren naar Somalië. Met het besteden besluit van 20 januari 2025 heeft de minister dat besluit aangevuld, in die zin dat eiser moet terugkeren naar Somalië of Qatar.
3. Het beroep tegen het asielbesluit van 28 november 2024 is bij uitspraak van
14 februari 2025 [1] ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.
4. Eiser betoogt dat de minister het aanvullende terugkeerbesluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid. Zo is eiser niet gewezen op de mogelijkheid om schriftelijk zijn zienswijze te geven, waardoor hij niet alle van belang zijnde omstandigheden naar voren heeft kunnen brengen. Ook heeft de minister ten onrechte niet gevraagd naar de medische problematiek van eiser.
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat eisers beroepsgrond niet slaagt. Op 16 januari 2025 heeft de minister eiser gehoord over het aanvullende terugkeerbesluit. Daarbij is meerdere keren aan eiser gevraagd of hij problemen heeft ondervonden in Qatar en of er redenen zijn op grond waarvan hij niet kan terugkeren naar Qatar. Ook is aan eiser gevraagd waarom hij niet wil terugkeren naar Qatar. Daarmee heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank voldoende zorgvuldig onderzoek gedaan. Eiser heeft geen omstandigheden naar voren gebracht, ook geen medische problemen, die maken dat het aanvullende terugkeerbesluit niet aan hem kon worden opgelegd. Verder heeft de minister eiser erop gewezen dat hij en zijn advocaat een exemplaar van het gehoorrapport zouden ontvangen en dat hij dit kon bespreken met zijn advocaat. Eiser heeft daarop geantwoord dat hij het zou gaan bespreken met zijn advocaat. Er zijn geen aanwijzingen dat eiser en/of zijn gemachtigde niet in staat zijn geweest om schriftelijk hun zienswijze te geven op het rapport. De minister kon daarom op 20 januari 2025 het aanvullende terugkeerbesluit opleggen.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van
D.P. van Middelkoop, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Zaaknummers NL24.48146 en NL24.48147