ECLI:NL:RBDHA:2026:19363
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 5 september 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op dezelfde dag is tevens uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.44059), waarbij het beroep is behandeld.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is verklaard en de hoofdzaak is behandeld.