ECLI:NL:RBDHA:2026:19370
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing noodopvang en toewijzing voorlopige voorziening
Eiseres heeft een aanvraag voor noodopvang ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, welke is afgewezen. Na bezwaar en een tweede besluit, dat feitelijk het eerste heroverwoog, werd ook dit besluit afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college heeft gehandeld in strijd met artikel 7:11 en Pro 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door getrapte besluitvorming toe te passen en de hoorplicht te schenden.
Eiseres en haar kinderen verblijven momenteel in een hotel, geregeld door het Rode Kruis, en hebben een spoedeisend belang bij noodopvang. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van de kinderen, waaronder medische omstandigheden, betrokken moeten worden. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen die het college verplicht noodopvang te bieden tot twee weken na het nieuwe besluit.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening in de beroepsprocedure af, en benadrukt dat het college eerst een heroverweging moet maken zonder opgelegde kaders van de rechter.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, een nieuw besluit wordt opgedragen en een voorlopige voorziening voor noodopvang wordt toegewezen.