ECLI:NL:RBDHA:2026:19377

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
SGR 24/7317
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij schuldenovername toeslagenaffaire

Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, vordert betaling van haar private schulden door de Dienst Toeslagen. Het primaire besluit van 15 september 2023 weigerde deze betaling omdat schuldeisers nog niet volledig hadden gereageerd. Het bezwaar tegen dit besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

In hoger beroep betwist eiseres deze termijnoverschrijding en stelt dat zij nog steeds geconfronteerd wordt met een Belgische registratie en openstaand saldo bij Hoist Finance. Verweerder toont aan dat vrijwel alle schulden inmiddels zijn overgenomen binnen een buitenlandse schuldenregeling, inclusief die bij Hoist Finance, zoals bevestigd door een besluit gericht aan de Belgische schuldbemiddelaar en een vonnis van de arbeidsrechtbank Antwerpen.

De rechtbank oordeelt dat het belang van eiseres zich nu beperkt tot de Belgische registratie, een aangelegenheid die buiten de Nederlandse bestuursrechtelijke procedure valt. Hierdoor ontbreekt het aan procesbelang en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7317
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. S. Smeets),
en

de minister van Financiën,

(gemachtigden: mr. C. Aly en mr. H. Polat).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van verweerder om private schulden van eiseres te betalen.
1.1.
Met het primaire besluit van 15 september 2023 heeft Dienst Toeslagen geweigerd de private schulden van eiseres te betalen. Met het bestreden besluit van 25 juni 2024 heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft nadere stukken overgelegd.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres (via videoverbinding), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van verweerder.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

3. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
4. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde ouder ten gevolge van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om betaling van haar schulden. Dienst Toeslagen heeft in het primaire besluit te kennen gegeven de schulden (nog) niet af te betalen, omdat de schuldeisers nog niet (volledig) hebben gereageerd. Wanneer de schuldeisers alsnog reageren, zullen de schulden opnieuw worden bekeken en krijgt eiseres een nieuw besluit (code 11). Het door eiseres daartegen gemaakte bezwaar heeft verweerder wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
5. In beroep betwist eiseres de gestelde termijnoverschrijding.
6. In zijn verweerschrift heeft verweerder erop gewezen dat uit navraag bij SBN is gebleken dat nagenoeg alle opgevoerde schulden inmiddels zijn overgenomen in het kader van een afzonderlijke aanvraag onder het buitenlandse schuldenregime. Voorts heeft Dienst Toeslagen op 1 mei 2026 een herziene beschikking genomen die nog op een beperkt aantal schulden ziet, waarbij opnieuw code 11 aan de afwijzing ten grondslag is gelegd. Eiseres heeft tegen dit besluit eveneens rechtsmiddelen aangewend. Eiseres heeft voorts verklaard dat haar belang zit in de vraag of haar schulden bij Hoist Finance zijn overgenomen. Zij kan dit op basis van de stukken niet nagaan. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij nog steeds geconfronteerd wordt met een Belgische registratie en gesteld openstaand saldo bij Hoist Finance.
7. Verweerder heeft ter zitting gewezen op een bijlage bij het verweerschrift. Deze bijlage zat niet in het dossier. Ter zitting is deze bijlage nogmaals overgelegd. Het betreft een besluit van Dienst Toeslagen, gericht aan de Belgische schuldbemiddelaar van eiseres, tot overname van de op de daarbij gevoegde lijst genoemde schulden. Hierin staat ook dat de schuldbemiddelaar verantwoordelijk is voor de afbetaling van de schulden. Partijen zijn het erover eens dat uit dit stuk blijkt dat de schulden bij Hoist Finance hier onderdeel van zijn geweest en door de schuldbemiddelaar afbetaald zouden moeten zijn. Dit blijkt ook uit het vonnis van de arbeidsrechtbank Antwerpen, als sluitstuk van de Belgische collectieve schuldenregeling. Voor zover er ten aanzien van deze schuld nog steeds een registratie open staat, zijn partijen het ook erover eens dat dit een Belgische aangelegenheid is.
8. Nu vaststaat dat ook de schulden bij Hoist Finance reeds door verweerder zijn overgenomen en het eiseres in de kern alleen nog om de registratie in België gaat, hetgeen een Belgische aangelegenheid betreft, overweegt de rechtbank dat eiseres het door haar beoogde doel met deze procedure niet kan bereiken. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
10. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026 door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.