Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
[partij A] B.V., te [plaats 1] ,
1.[partij B sub 1] , te [plaats 2] ,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidJ.A. [partij B sub 2] B.V., te [plaats 2] ,
[partij B sub 1] en [partij B sub 2] zullen tezamen worden aangeduid als ‘ [partij B] c.s.’.
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
29 oktober 2025, met producties 1 tot en met 47;
3.De feiten
[partij B sub 1] houdt 100% van de aandelen (de “Aandelen”) in het kapitaal van [bedrijfsnaam 1] GmbH (…) (hierna te noemen de “Vennootschap”);
De Vennootschap houdt 100% van de aandelen in het kapitaal van [bedrijfsnaam 2] GmbH (…) (hierna te noemen de “Dochtermaatschappij”);
[bedrijfsnaam 1] GmbH en [bedrijfsnaam 2] GmbH zijn ieder voor delen eigenaar van de bij Partijen bekende percelen met opstallen in [plaats 3] , Oostenrijk, met het daarop in aanleg ontwikkelde en te ontwikkelen Project, eveneens als Partijen bekend, met name ca 17.500m2 grond, het zich daarop bevindende voormalige hotelgebouw (het voormalige hotel [hotel] ) en een schuur (hierna te noemen het “Project”);
De verkoper heeft een aanvang gemaakt met de ontwikkeling van eerderbedoeld Project. Daarvoor is een vergunning aangevraagd met betrekking waartoe een zogenaamde “Widmung” is afgegeven, welke stukken bij Koper bekend zijn.
[partij B sub 1] houdt 100% van de aandelen (de “Aandelen”) in het kapitaal van [bedrijfsnaam 1] GmbH (…) (hierna te noemen de “Vennootschap”);
De Vennootschap houdt 100% van de aandelen in het kapitaal van [bedrijfsnaam 2] GmbH (…) (hierna te noemen de “Dochtermaatschappij”);
[bedrijfsnaam 1] GmbH en [bedrijfsnaam 2] GmbH zijn ieder voor delen eigenaar van de bij Partijen bekende percelen met opstallen in [plaats 3] , Oostenrijk, met het daarop in aanleg ontwikkelde en te ontwikkelen Project, eveneens als Partijen bekend, met name ca 17.500m2 grond, het zich daarop bevindende voormalige hotelgebouw (het voormalige hotel [hotel] ) en een schuur (hierna te noemen het “Project”);
De verkoper heeft een aanvang gemaakt met de ontwikkeling van eerderbedoeld Project. Daarvoor is een vergunning aangevraagd met betrekking waartoe een zogenaamde “Widmung” is afgegeven, welke stukken bij Koper bekend zijn.
(…)
Koper heeft aan Verkoper op 14 februari 2025 kenbaar gemaakt dat hij akkoord is met het overname bedrag van EUR 9.500.000.00 (negen miljoen en vijf honderd duizend euro).
Het [hotel] project (de vergunningen, het gebouw) wordt over genomen in de staat zoals het nu is. Incl. LpH1 t/m LpH4 omschreven door de architect als zijnde t/m de bouwvergunning. [1]
Een boetebeding zal gelden als deze overeenkomst om wat voor reden dan ook wordt verbroken. De boete is 10% van de koopprijs.
Als de datum voor het ondertekenen van de koopovereenkomst of de aandelenoverdracht niet gehaald wordt zal er van af dat moment een maandelijks rente bedrag in het vooruit per maand berekend worden tot dat de aandelenoverdracht heeft plaats gevonden. Het rente bedrag is 10% op jaar basis.
(…)
(…)
(…)
4.Het geschil
26 oktober 2024 onverschuldigd heeft plaatsgevonden. Primair stelt [partij A] hiertoe dat er nooit een overeenkomst tot stand is gekomen. Subsidiair stelt [partij A] hiertoe dat de overeenkomsten naar Oostenrijks recht nietig zijn.
Subsidiair:
[partij A] is voorts tekortgeschoten in de nakoming van de Koopovereenkomst. [partij A] had op grond van de Koopovereenkomst de koopsom moeten betalen en had mee moeten werken aan de aandelenoverdracht. Zij heeft dit echter niet gedaan. [partij A] is in verzuim. Zij is op grond van het in de Koopovereenkomst overeengekomen rentebeding (sub I) en boetebeding (sub H) rente alsmede een boete van 10% van de koopprijs verschuldigd.
5.De beoordeling
24 oktober 2024 ook aangegeven dat [partij B sub 2] de aandelen in [bedrijfsnaam 1] hield. De aanbetaling van € 100.000,- is overgemaakt op de rekening van [partij B sub 2] . [partij A] ging er dus ook vanuit dat [partij B sub 2] als verkopende partij optrad, aldus [partij B] c.s.
In artikel 6 van Pro zowel de Koopovereenkomst als de Intentieovereenkomst is - overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van Pro Rome I-Verordening - een expliciete keuze gemaakt voor de toepasselijkheid van het Nederlands recht. Derhalve dient de vraag of er een overeenkomst tot stand is gekomen op grond van het Nederlandse recht te worden beoordeeld.
Gesellschaft mit beschränkter Haftung(hierna: Gmbh), een Oostenrijkse vennootschap, op straffe van nietigheid echter slechts bij notariële akte worden aangegaan. Dit is van dwingend recht en kan niet door een rechtskeuze opzij worden gezet. [partij A] heeft daarbij ter zitting verwezen naar de artikelen 1 lid 2 sub f, overwegingen nrs. 15 en 37 alsmede naar artikel 9 lid 3 van Pro Rome I-Verordening.
tenuitvoerleggingvan de overeenkomst onwettig is, zoals geregeld in artikel 9 lid 3 Rome Pro I-Verordening. Paragraaf 76 behelst ook geen verbodsbepaling. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom geen sprake van een regeling waaraan op grond van artikel 9 lid 3 van Pro de Rome I-Verordening gevolg moet worden toegekend. Dit alles leidt tot de slotsom dat paragraaf 76 van het Oostenrijkse Gmbh-Gesetz niet aan de tenuitvoerlegging van de overeenkomst in de weg staat en dat de Intentieovereenkomst en de Koopovereenkomst geldig zijn.
€ 38.331,71 aan schade vorderen.
26 oktober 2024, verder geen betalingen aan [partij B sub 2] heeft verricht en dat er geen aandelenoverdracht heeft plaatsgevonden conform de Koopovereenkomst. [partij A] betwist ook niet dat zij de Koopovereenkomst niet is nagekomen. Zij doet echter een beroep op schuldeisersverzuim en op haar bevoegdheid tot opschorting. [partij A] verwijst daarbij naar de artikelen 4 en 5 van de Intentieovereenkomst en stelt dat [partij B sub 2] niet heeft voldaan aan haar verplichting om alle gevraagde documenten aan [partij A] ter beschikking te stellen. [naam 1] heeft op 21 februari 2025, ten tijde van het ondertekenen van de Koopovereenkomst, nog om nadere stukken gevraagd. Dit betreft de stukken met betrekking tot ‘LpH1 tot en met LpH4’. [naam 1] heeft ten tijde van het ondertekenen van de Koopovereenkomst met [partij B sub 1] afgesproken dat [partij A] deze stukken nog van [partij B sub 1] zou krijgen. Bij sub G van de Koopovereenkomst zou daarom ook met de hand zijn toegevoegd “
Incl. LpH1 t/m LpH4 omschreven door de architect als zijnde t/m de bouwvergunning”. Ook na het ondertekenen van de koopovereenkomst miste [partij A] nog stukken en werd er door partijen nog informatie uitgewisseld, aldus [partij A] .
1 november 2025”. Hieruit leidt de rechtbank af dat [partij B sub 2] heeft beoogd om de gerechtelijke ontbinding te vorderen. Artikel 6:269 BW Pro bepaalt evenwel dat de ontbinding geen terugwerkende kracht heeft. De rechtbank zal de Koopovereenkomst daarom per heden (datum vonnis: 10 juni 2026) ontbinden.