Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
eiser,
1.1. De procedure
- de conclusie van antwoord van 4 maart 2026, met de producties 1 tot en met 12;
- het vonnis van 25 maart 2026 waarin een plaatsopneming en mondelinge behandeling is bevolen;
Rechtbank Den Haag
Eiser, eigenaar van een perceel sinds circa 25 jaar, vordert dat de erfgrens wordt vastgesteld conform een erfgrensreconstructie en dat gedaagde onrechtmatig op zijn perceel heeft gebouwd met een overkapping, pergola en muur. Gedaagde voert verjaring aan en stelt dat zij de strook in bezit heeft.
De rechtbank stelt vast dat de erfgrensreconstructie niet wordt betwist en dat gedaagde geen bezit heeft van de strook volgens de maatstaven van het Burgerlijk Wetboek. Handelingen zoals het plaatsen van betonblokken en het gebruik van de strook als tuin zijn onvoldoende om bezit aan te nemen. Het beroep op verkrijgende en bevrijdende verjaring faalt.
Verder wijst de rechtbank het verweer van onevenredige benadeling af, omdat gedaagde onvoldoende inzicht gaf in de kosten van aanpassing en bovendien grove schuld heeft aan de erfgrensoverschrijding door voortzetting van de bouw na sommatie. Ook het beroep op misbruik van recht wordt verworpen, omdat eiser een rechtens te respecteren belang heeft bij ontruiming.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot verwijdering van de bouwwerken binnen één maand, betaling van de kosten van de erfgrensreconstructie, proceskosten en wettelijke rente, en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagde is onrechtmatig op het perceel van eiser gebouwd en wordt veroordeeld tot verwijdering en betaling van kosten.