Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[partij A sub 1] te [plaats] ,2. [partij A sub 2] te [woonplaats 1] ,3. [partij A sub 3] te [woonplaats 1] ,
1.[partij B sub 1] te [woonplaats 2] ,2. [partij B sub 2] te [woonplaats 2] ,
1.De procedure
- de door van [partij B] c.s. overgelegde productie 11;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling in conventie en reconventie
toerekenbaretekortkoming door [partij B] c.s. maar van de verwezenlijking van een zakelijk risico dat beide partijen hebben genomen.
voorschot, werden gedaan. Zoals hiervoor al in het kader van de door [partij A sub 1, 2 en 3] c.s. gevraagde verklaring voor recht is overwogen, acht de rechtbank een regeling waarbij bij arbeidsongeschiktheid meteen
geen enkeleaanspraak op het resultaat van de winst bestaat niet aannemelijk (zie hiervoor onder 4.9). Daarom kan niet op voorhand, in afwachting van de vereffening, worden geoordeeld dat de voorschotten onverschuldigd zijn betaald. Dat de vof-overeenkomst inhoudt dat bij arbeidsongeschiktheid geen voorschot wordt betaald is gesteld noch gebleken.