Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
asielmotief volledig onderbouwen. Verweerder acht het relaas niet alsnog geloofwaardig. Verweerder stelt immers dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Dit vindt verweerder op grond van het volgende. Eiser heeft geen documenten overgelegd die zijn persoonlijke problemen onderbouwen. Ook heeft hij wisselend verklaard over zijn asielmotief. Verweerder stelt verder dat eiser ondanks herhaaldelijk contact met de autoriteiten niet is opgepakt en na het laatste contact nog enkele weken in Turkije is verbleven en heeft gewerkt zonder problemen te ondervinden. Ten slotte heeft eiser onlogische verklaringen afgelegd die uitsluitend zijn gebaseerd op vermoedens. Hij is dan ook geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder wijst eisers asielaanvraag daarom af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, in samenhang met artikel 30b, lid 1 onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).