Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
3 juli 2026 overgenomen uit strafrechtelijke detentie en in vreemdelingenbewaring gesteld, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat dit de einddatum van zijn strafrechtelijke detentie was. De vraag is of de minister hiermee bekend was. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie dat zich in het dossier bevindt, blijkt dat eiser vanaf 4 juni 2026 zijn gevangenisstraf van twee maanden waarvan één maand voorwaardelijk is ondergaan. Uit de documentatie blijkt dat eiser geen andere strafzaken heeft lopen, waardoor het naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk was dat eiser op 3 juli 2026 in vreemdelingenbewaring zou worden gesteld. Dat de minister door het voorwaardelijke karakter geen zekerheid had over een einddatum, volgt de rechtbank niet. Eiser stelt namelijk terecht dat de minister niet moet uitgaan van hypothetische gebeurtenissen, maar ook bij een voorwaardelijke straf een inspanningsverplichting heeft. De rechtbank is daarom van oordeel dat de inspanningsverplichting is geschonden.
b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;
p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
21 november 2025 ook een afweging is gemaakt van zijn mogelijkheid om in Italië weer een leven op te bouwen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
C. Holmond, griffier.