ECLI:NL:RBDHA:2026:19418

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
NL25.15791
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 KwalificatieverordeningArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning subsidiaire bescherming aan alleenstaande vrouw uit Eswatini wegens reëel risico op gendergerelateerd geweld

Eiseres, afkomstig uit Eswatini, vluchtte vanwege een gedwongen huwelijk en eerdere ervaringen met seksueel geweld en verlies van haar kinderen. Verweerder wees haar asielaanvraag af, stellende dat zij geen reëel risico op vervolging of ernstige schade liep bij terugkeer.

De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiseres wel degelijk een reëel risico loopt op ernstige schade, mede vanwege haar verleden en de positie van vrouwen in Eswatini. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening hield met artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening.

Gezien de landeninformatie over structurele discriminatie, gendergerelateerd geweld en beperkte bescherming door autoriteiten, acht de rechtbank het aannemelijk dat eiseres bij terugkeer ernstige problemen zal ondervinden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op internationale bescherming te verlenen als subsidiair beschermde.

Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. De rechtbank maakte gebruik van haar bevoegdheid om een bindende uitspraak te doen, mede omdat verweerder niet op de zitting verscheen en geen verweerschrift indiende.

De uitspraak benadrukt het belang van een individuele en actuele beoordeling van het risico op ernstige schade en bevestigt de toepassing van de Kwalificatieverordening in asielzaken.

Uitkomst: Eiseres krijgt internationale bescherming als subsidiair beschermde en het bestreden besluit wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15791

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. R.S. Nandoe),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Samenvatting

1. Eiseres komt uit Eswatini. Ze is gevlucht omdat haar familie haar wilde uithuwelijken. Eerder heeft zij ook te maken gehad met gender gerelateerd geweld; ze is op jonge leeftijd verkracht en haar kinderen zijn van haar afgenomen. In Nederland heeft zij asiel aangevraagd.
1.1.
Verweerder gelooft wat eiseres heeft verteld over haar situatie. Verweerder vindt echter dat eiseres geen recht heeft op asiel. Volgens verweerder zal eiseres het moeilijk krijgen na terugkeer, als alleenstaande vrouw, maar betekent dat niet dat zij zal worden vervolgd of dat ernstige schade dreigt.
1.2.
Eiseres is het hier niet mee eens. De rechtbank volgt eiseres hierin. Eiseres is in het verleden blootgesteld aan ernstige schade. Dat is een aanwijzing dat zij na terugkeer daarmee opnieuw zal worden geconfronteerd. Dit heeft verweerder niet onderkend.
1.3.
Op grond van de toepasselijke regels moet worden onderzocht of er goede redenen zijn om aan te nemen dat eiseres dit niet opnieuw zal overkomen. De rechtbank concludeert op grond van informatie over Eswatini dat eiseres, als zij zich na terugkeer als alleenstaande vrouw moet gaan handhaven, grote problemen kan verwachten. Ze loopt grote kans te maken te krijgen met gender gerelateerd geweld en een slechte economische en maatschappelijke positie. Zij kan maar in beperkte mate bescherming krijgen voor de problemen. Verweerder moet daarom aan eiseres internationale bescherming verlenen als subsidiair beschermde.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 28 augustus 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Zij is van Eswatinische nationaliteit en geboren op [datum 2] 1993. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 21 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 6 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en [tolk] als tolk. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard dat zij als vrouw slecht wordt behandeld in Eswatini (Swaziland). Op zevenjarige leeftijd is ze verkracht door een oom. Verder heeft zij twee zoons die van haar zijn afgenomen. De vader is een ex-vriend en de kinderen zijn toen zij twee jaar oud werden naar zijn familie gegaan. De reden dat eiseres is vertrokken is dat zij van haar familie moest trouwen met een 35 jaar oudere man die al twee vrouwen had. Zij wilde dat niet. De huwelijksplannen deden de eerdere traumatiserende ervaringen naar boven komen. Eiseres vreest voor een mensonwaardig bestaan bij terugkeer.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres.
2. Het gedwongen huwelijk van eiseres.
4.1.
Verweerder vindt beide motieven geloofwaardig. Eiseres heeft volgens verweerder echter niet te vrezen voor vervolging en loopt geen risico op ernstige schade bij terugkeer naar Eswatani. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is. Eiseres wordt een terugkeerbesluit opgelegd waarin is bepaald dat zij binnen vier weken moet terugkeren naar Eswatini.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader
5. In de arresten Quotal en Ebilum [1] heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) het voor deze zaak relevante toetsingskader uiteengezet. Hieruit volgt onder andere het volgende.
5.1.
De rechter in eerste aanleg bij wie beroep is ingesteld tegen een besluit tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming komt de bevoegdheid toe om de feiten te beoordelen en een eigen, uitputtende en geactualiseerde beoordeling te verrichten van de bij hem aan de orde gestelde feiten. Dit houdt in dat de rechtbank ook rekening mag houden met elementen die in beroep naar voren zijn gebracht, maar die in de bestuurlijke fase nog niet beschikbaar waren. In dat geval moet de rechtbank de beslissingsautoriteit in de gelegenheid stellen om zich uit te laten over deze nieuwe elementen. Indien de rechtbank van oordeel is dat zij beschikt over alle daartoe noodzakelijke feitelijke en juridische gegevens heeft de rechtbank de bevoegdheid om na afloop van een volledig en ex nunc onderzoek een bindende uitspraak te doen over de vraag of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor internationale bescherming. Deze bevoegdheid kan niet worden beperkt. Dit betekent dat de rechtbank de bevoegdheid heeft om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van het ter staving van het verzoek om internationale bescherming overgelegde relaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst alsmede over de gegrondheid van het verzoek, rekening houdend met alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht.
5.2.
Om voor vergunningverlening in aanmerking te komen moet sprake zijn van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. De beoordeling of de vrees voor vervolging van een verzoeker gegrond is of degene een reëel risico op ernstige schade loopt, moet op individuele basis worden verricht. In het kader van die beoordeling moet worden vastgesteld of de gebleken omstandigheden een dusdanige bedreiging vormen dat de betrokkene, gezien zijn individuele situatie, goede gronden heeft om te vrezen daadwerkelijk te zullen worden vervolgd. Deze vaststelling moet berusten op een concrete beoordeling van de feiten en omstandigheden overeenkomstig de regels van met name artikel 4, leden 3 tot en met 5 van de Kwalificatierichtlijn. Artikel 4, derde lid, somt alle elementen op waarmee rekening moet worden gehouden. Artikel 4, vierde lid van de Kwalificatierichtlijn preciseert dat de omstandigheid dat een vreemdeling in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, een duidelijke aanwijzing is dat de vrees van de vreemdeling voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging zich niet opnieuw zal voordoen.
6. Verder is relevant voor het toetsingskader dat op 12 juni 2026 het Asiel- en Migratiepact is ingegaan. Met dit pact zijn diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Onder meer de Kwalificatierichtlijn is ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank gezien het voorgaande een volledig en ex nunc onderzoek dient te verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening.
Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het verleden van eiseres?
7. Omdat in deze zaak de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres niet in geschil is, hebben de arresten Quatal en Ebilum in zoverre geen effect op het oordeel van de rechtbank. De rechtbank hanteert bij haar beoordeling in deze zaak de verklaringen van eiseres als uitgangspunt.
8. Eiseres stelt dat zij door haar positie als vrouw een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Eiseres heeft daarbij erop gewezen dat zij al eerder slachtoffer is geworden van seksueel geweld. Nadat de verkrachting van haar als kind bekend is geworden, heeft de familie het in de doofpot gestopt en hebben zij geen aangifte gedaan. Haar kinderen, die volgens het aanmeldgehoor zijn geboren in of rond 2019 en 2021, mocht zij telkens tot op tweejarige leeftijd borstvoeding geven en daarna heeft de familie van de vader hen weggehaald. Daarbij is een ‘schadevergoeding’ betaald aan de vader van eiseres. Daarna zijn in de praktijk haar rechten als moeder komen te vervallen en krijgt zij nog maar moeilijk contact met haar kinderen.
8.1.
Uit de verklaringen van eiseres volgt dat zij slachtoffer is geworden van gender gerelateerd geweld. Eiseres is eerder blootgesteld aan ernstige schade vanwege het feit dat zij vrouw is. In het bijzonder wijst de rechtbank erop dat zij op jonge leeftijd is verkracht en dat zij vervolgens geen bescherming heeft gekregen. Ook zijn haar kinderen bij haar weggegenomen op een wijze die onvoldoende rekening lijkt te hebben gehouden met haar belangen. In dit verband wijst de rechtbank erop dat volgens landeninformatie dit het gevolg lijkt van het duale rechtssysteem in Eswatini waarbij bij delen van het familierecht ongeschreven gewoonterecht wordt toegepast hetgeen in de praktijk leidt tot discriminatie van vrouwen. [2] Verder heeft haar familie geprobeerd haar tegen haar wil uit te huwelijken en heeft zij zich hieraan onttrokken door te vluchten uit Eswatini. Dat betekent dat verweerder ten onrechte artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn, thans artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening, niet bij de beoordeling heeft betrokken. Verweerder diende eiseres internationale bescherming te verlenen dan wel te onderbouwen dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.
8.2.
De overweging van verweerder in het besluit dat deze gebeurtenissen onvoldoende zijn om aan te nemen dat eiseres op dit moment een reëel risico loopt op ernstige schade, houdt geen rekening met de verschoven bewijslast naar verweerder. Dat geldt ook voor de overweging dat het weghalen van kinderen niet per definitie onder het begrip onmenselijke behandeling als in artikel 3 EVRM Pro [3] valt. Verweerder heeft verder erkend dat het gewoonterecht dat kinderen aan de vader worden toebedeeld, discriminerend is tegen vrouwen, maar dat het voor eiseres niet onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. Dit laat echter open dat eiseres hierdoor op onmenselijke en vernederende wijze is behandeld en daarmee ernstige schade heeft geleden, en dat zij opnieuw zo zal worden behandeld bij terugkeer.
Doet de rechtbank een bindende uitspraak over het recht op internationale bescherming van eiseres?
9. De rechtbank heeft, gezien de arresten Quotal en Ebilum, de bevoegdheid om een bindende uitspraak te doen over het recht op internationale bescherming. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of zij van deze bevoegdheid gebruik maakt in deze zaak. De rechtbank beantwoordt deze vraag in positieve zin. Daartoe wordt het volgende overwogen.
9.1.
Eiseres stelt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. In dat verband heeft zij erop gewezen dat haar familie haar verstoot tenzij zij zich alsnog laat uithuwelijken. De bruidsschat is al betaald aan haar familie, zij heeft zich onttrokken aan de uithuwelijking en is naar het buitenland gevlucht. In het relatief kleine Eswatini zal dit, als zij teruggaat, snel bekend worden. Als alleenstaande vrouw vreest zij discriminatie omdat zij zich niet conformeert aan de maatschappelijke gebruiken. Ook zal zij niet in haar levensonderhoud kunnen voorzien en vreest zij opnieuw seksueel geweld te ervaren. Eiseres heeft voor haar vertrek geprobeerd bescherming te krijgen van de politie tegen de uithuwelijking, maar zij wilden haar niet helpen omdat dit een privéprobleem zou zijn. Tot het dossier behoort een verklaring van de ‘regional commisioner’ van de ‘Police headquarters’ te Mbabane van 7 augustus 2024 die dit onderbouwt. Ook behoren tot het dossier app-berichten van een oom die de druk vanuit de familie om te trouwen onderbouwen.
9.2.
Verweerder heeft hierover in het voornemen gesteld dat eiseres al eerder als alleenstaande vrouw in Eswatini heeft gewerkt en toegang had tot gezondheidszorg. Dit is niet herroepen in het besluit, zodat de rechtbank er van uitgaat dat verweerder dit standpunt nog inneemt. Het standpunt is echter in strijd met de verklaringen van eiseres. Daaruit blijkt namelijk dat eiseres bij haar familie inwoonde en dat zij de afgelopen jaren onvoldoende inkomen had om voor zichzelf te kunnen zorgen. Zij was dus niet eerder een alleenstaande vrouw in Eswatini.
9.3.
Verweerder heeft gesteld dat gezien de landeninformatie sprake is van een achtergestelde positie van vrouwen ten opzichte van mannen. Erkend wordt dat sprake is van genderongelijkheid en er veel geweld tegen vrouwen voorkomt. NGO’s rapporteren over intimidatie en soms geweld als slachtoffers zich tot de politie wenden voor bescherming. Ook heeft verweerder erkend dat een gedwongen huwelijk volgens het Istanbul protocol onder seksueel geweld valt en daarom als vervolging wordt beschouwd. Alleenstaande vrouwen vormen volgens verweerder echter geen speciale groep omdat geen verschil wordt gemaakt tussen de positie van ongetrouwde en getrouwde vrouwen. Ook is niet aannemelijk dat eiseres geen bescherming kan krijgen bij de politie tegen seksueel geweld, terwijl ook niet in redelijke mate waarschijnlijk is dat eiseres als alleenstaande vrouw met dit geweld te maken gaat krijgen. Dat het voor eiseres als alleenstaande vrouw moeilijk zal zijn om huisvesting en inkomen te krijgen en dat zij discriminatie zal ervaren, betekent niet dat sprake zal zijn van ernstige schade. Het is niet aannemelijk dat eiseres zodanig in haar bestaansmogelijkheden zal worden beperkt dat het voor haar onmogelijk is om sociaal en maatschappelijk te functioneren.
9.4.
De rechtbank begrijpt het standpunt van verweerder aldus dat hij niet van eiseres verwacht dat zij zal trouwen in overeenstemming met de wensen van haar familie. Dat zou de rechtbank ook onredelijk achten. De vraag is dan hoe de situatie van eiseres in Eswatini als alleenstaande vrouw zal zijn, meer specifiek of aannemelijk is dat zij alsdan een reëel risico loopt op ernstige schade zoals eiseres stelt. Daarbij geldt dat, grond van artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening, eiseres’ verleden een belangrijke aanwijzing daarvoor is.
9.5.
De rechtbank is geen informatie bekend over de positie van alleenstaande vrouwen in Eswatini. Er is wel informatie bekend over de positie van vrouwen in Eswatini. Daaruit blijkt dat naar de wet sprake is van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de afgelopen jaren meerdere wetten aangenomen zijn en initiatieven ontplooid zijn, zowel door de overheid als door NGO’s, om deze gelijkheid feitelijk vorm te geven. Uit de landeninformatie blijkt echter van een kloof tussen de regels en de realiteit. Er is sprake van een voortdurend risico op seksueel geweld richting vrouwen en de overheid faalt in de bescherming. [4] Een andere bron wijst erop dat sprake is van een toename van dit geweld en de overheid ondanks hun recente plannen en toezeggingen daarover onvoldoende middelen uitgeeft om vrouwen te beschermen. Een eerder meerjarenplan op dit gebied is nooit uitgevoerd. [5] Volgens een andere organisatie is sprake van meer gelijkheid in het onderwijs, bepaalde aspecten van de gezondheidszorg en de wet en het beleid, maar is ook sprake van voortdurende structurele ongelijkheid. Vrouwen worden juridisch als minderjarigen beschouwd. Het is hen niet toegestaan om onafhankelijk bezit te hebben of contracten aan te gaan. Vrouwen zijn volledig afhankelijk van hun vader of echtgenoot. Er zijn wetten tegen kindhuwelijken en seksueel- en gender gebaseerd geweld, maar de implementatie is een uitdaging. Gender gebaseerd geweld raakt vooral arme vrouwen en ondermijnt sociale programma’s. Vaak is sprake van een spiraal van intergenerationeel seksueel geweld. Ongelijkheid blijft vooral bestaan in relatie tot partnergeweld en bij traditionele verwachtingen over de rol van vrouwen in huishoudens en de maatschappij. Vrouwen zijn ook niet autonoom over hun gezondheidskeuzes voor wat betreft seks en voortplanting, aldus deze organisatie. [6] Human Right Watch benoemt in het recente ‘World report’ over Eswatini ook een toename van geweld tegen vrouwen in 2025 en dat geen gelijke toegang tot arbeid bestaat, meer vrouwen in armoede leven en diepgewortelde culturele praktijken zoals polygamie bijdragen aan discriminatie en geweld tegen vrouwen. [7] In het World report uit 2024 staat dat vrouwen in de praktijk worden gemarginaliseerd door de culturele normen van de patriarchale samenleving en dat 48% van de vrouwen tijdens hun leven een vorm van seksueel geweld ervaart. [8]
9.6.
Gezien deze informatie acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres, als zij zich als alleenstaande vrouw in Eswatini moet handhaven, grote problemen kan verwachten. Uit de informatie blijkt van een sterk achtergestelde positie van de vrouw. Dat leidt niet alleen tot gender gerelateerd geweld maar ook tot een slechte economische en maatschappelijke positie. Daaruit leidt de rechtbank af dat ook alleenstaande vrouwen een sterk achtergestelde positie hebben. Er is geen reden om te denken dat de situatie van alleenstaande vrouwen beter is dan die van ongehuwde vrouwen, sterker nog, het niet conformeren aan maatschappelijke normen kan tot verdere achterstelling leiden. Dat geen informatie specifiek bekend is over alleenstaande vrouwen mag ook niet voor rekening van eiseres komen. Hierbij acht de rechtbank relevant dat Eswatini een relatief klein land is waarbij vrouwen weinig zeggenschap hebben, hetgeen kan verklaren dat er geen informatie bekend is over de groep alleenstaande vrouwen.
9.7.
De rechtbank verwacht dat eiseres gezien het voorgaande bij terugkeer problemen zal krijgen met het vinden van huisvesting, het vinden van werk en het vermijden van geweld, daaronder begrepen seksueel geweld. Verder is ook aannemelijk dat zij op andere wijze te maken zal krijgen met discriminatie. Het feit dat zij vrouw is en als zodanig zal deelnemen aan de maatschappij, leidt gezien de landeninformatie immers tot die discriminatie. Dat zij alleenstaand is, zal aan die discriminatie kunnen bijdragen. De mate van bescherming voor de problemen die zij kan inroepen, acht de rechtbank beperkt. Eiseres heeft al geprobeerd bescherming van de politie te krijgen tegen de dreigende uithuwelijking en dat is niet gelukt. Dat zij na terugkeer bescherming tegen en hulp bij problemen kan krijgen van de autoriteiten, volgt niet uit de landeninformatie. Dat er een NGO is tot wie eiseres zich in theorie kan wenden, betekent niet dat eiseres ook daadwerkelijk hulp kan verwachten. De rechtbank ziet niet in hoe dit alles niet tot de conclusie zou kunnen leiden dat eiseres bij terugkeer een reëel risico op ernstig geweld zal lopen. De rechtbank acht dus geen goede redenen aannemelijk dat eiseres niet opnieuw aan ernstige schade zal worden blootgesteld.
9.8.
Het Hof hecht in de arresten Quotal en Ebilum groot belang aan het beginsel van hoor en wederhoor. Verweerder heeft in deze zaak geen verweerschrift ingediend en is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft verweerder dus niet kunnen horen over de beroepsgronden en hetgeen ter zitting is gesteld. In het bijzonder heeft verweerder geen standpunt ingenomen over artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening. Dat verweerder niet op de zitting is verschenen en ook niet schriftelijk op de beroepsgronden heeft gereageerd, is het gevolg van capaciteitsproblemen, zo begrijpt de rechtbank. Dit laat de rechtbank echter voor rekening van verweerder, omdat daarvan niet het gevolg mag zijn dat de procedure nog langer loopt. De procedure loopt al sinds augustus 2024 en dus bijna twee jaar. De rechtbank is zich er van bewust dat er vergelijkbare procedures zijn die al veel langer lopen, maar ook twee jaar is een lange periode om te wachten op zekerheid over het recht op internationale bescherming. Daarbij komt dat er in de beroepsfase geen nieuwe elementen naar voren zijn gebracht. De verklaringen waren al eerder bekend, net als de bewijsmiddelen. De toepasselijkheid van voornoemde bepaling had verweerder in de bestuurlijke fase kunnen onderkennen. Ten slotte acht de rechtbank, zoals overwogen, niet aannemelijk dat de ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen na de terugkeer van eiseres. Gelet op dit alles ziet de rechtbank geen reden om verweerder in deze zaak in de gelegenheid te stellen een nieuw inhoudelijk besluit te nemen of een nader standpunt in te nemen. De rechtbank zal zelf voorzien in deze zaak.

Conclusie en gevolgen

10. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de Kwalificatieverordening en het recht op internationale bescherming. De rechtbank stelt vast dat aan eiseres internationale bescherming moet worden verleend als subsidiair beschermde. De rechtbank verwijst de zaak daarom terug naar verweerder en draagt hem op om deze internationale bescherming te verlenen, tenzij er zich feitelijke of juridische gegevens aandienen die objectief een nieuwe geactualiseerde beoordeling vereisen.
10.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken aan eiseres een verblijfsvergunning asiel te verlenen als subsidiair beschermde;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, rechter, in aanwezigheid van A.J. Vervoordeldonk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Arresten van het Hof van 4 juni 2026, C198/25 en C-440/25.
2.United States Department of State, 2023 Country Reports on Human Rights Practices: Eswatini, pagina’s 25 en 26.
3.Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
4.Amnesty International, report Eswatini 2025.
5.Human Right Watch, 29 januari 2024, ‘Eswatini, Adress violence against women’.
6.‘Gender Assessment of Social Assistance in the Kingdom of Eswatini’ van STAAR, maart 2025.
7.Human Right Watch World Report 2026, Eswatini.
8.World report 11 januari 2024, Eswatini.