ECLI:NL:RBDHA:2026:19422

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/09/694797
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1019h RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoofdvorderingen in kwekersrechtzaak over plantensoort

In deze kort gedingprocedure stond de handhaving van het communautaire kwekersrecht op het plantenras 'Ofarim' centraal, waarbij eiseressen vorderden dat gedaagden, de logistiek partners, de verhandeling van de soort 'Green Dragon' zouden staken wegens inbreuk. Na eerdere bodemprocedure was reeds vastgesteld dat sprake was van inbreuk op het kwekersrecht.

Tijdens de procedure bereikten eiseressen een schikking met een deel van de gedaagden (Beauty Line c.s.), waarbij het kwekersrecht werd overgedragen aan deze voormalige gedaagden. Hierdoor werden de hoofdvorderingen jegens de overige gedaagden ingetrokken, met behoud van de vordering tot betaling van proceskosten.

De logistiek partners voerden verweer tegen de proceskostenvordering en stelden dat eiseressen in de kosten veroordeeld diende te worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat geen van de partijen als in het gelijk gesteld kan worden beschouwd, omdat de overdracht van het kwekersrecht en de schikking de situatie wijzigden. Daarom dienen partijen ieder hun eigen kosten te dragen.

De uitspraak bevestigt dat in situaties waarin hoofdvorderingen worden ingetrokken na schikking en overdracht van rechten, de proceskostenveroordeling niet automatisch aan de eiser toekomt. De voorzieningenrechter baseerde zich hierbij op artikel 1019h Rv en jurisprudentie van de Hoge Raad (Wieland/GIA).

Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt na intrekking van de hoofdvorderingen en overdracht van het kwekersrecht.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer: C/09/694797 / KG ZA 25-1143
Vonnis in kort geding van 15 juli 2026
in de zaak van

1.[eiseres 1] LTD,

te [vestigingsplaats 1] ([land]),

2.2. [eiseres 2] LTD.,

te [vestigingsplaats 2] ([land]),

3.3. [eiseres 3] LTD.,

te [vestigingsplaats 2] ([land]),
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseressen],
advocaat: mr. R.M. van der Velden,
tegen

1.DECOFRESH HOLDING B.V.,

te Aalsmeer,

2.2. DECOFRESH HOLLAND B.V.,

te Aalsmeer,

3.3. DECOFRESH DIRECT B.V.,

te Aalsmeer,

4.4. DECOFRESH ROSES B.V.,

te Aalsmeer,
advocaat: mr. L. Varela,

5.5. FLOWER OPTIMAL CONNECTION B.V.,

te Aalsmeer,
advocaat: mr. B. Sujecki,

6.6. AVIV FLOWERS PACKING HOUSE LTD.,

te Hadera (Israël),

7.7. AVIV B.V.,

te Honselersdijk,
advocaat: mr. J.M. Boelens,
gedaagde partijen.
In het navolgende zullen alle gedaagden gezamenlijk worden aangeduid als De logistiek partners, tenzij het besproken punt een specifieke partij betreft. In dat geval zullen partijen worden aangeduid als respectievelijk Decofresh c.s., Flower Optimal, en Aviv c.s..

1.Waar gaat deze zaak over?

1.1.
[eiseressen] had een kwekersrecht voor een plant (‘Ofarim’). Deze rechtbank heeft in een eerder bodemvonnis geoordeeld dat de plantensoort die onder de naam ‘Green Dragon’ wordt verhandeld onvoldoende afwijkt van Ofarim, zodat met de ongeautoriseerde verhandeling van Green Dragon inbreuk werd gemaakt op het kwekersrecht van [eiseressen]. In deze kort geding-procedure hebben [eiseressen] onder meer een verbod gevorderd op het aanbieden en verhandelen van Green Dragon-bloemen jegens partijen die niet in die bodemprocedure waren betrokken.
1.2.
[eiseressen] heeft na afloop van de mondelinge behandeling een minnelijke regeling bereikt met een deel van de gedaagden (Beauty Line c.s.) en de procedure jegens hen doorgehaald. Het kwekersrecht op Ofarim is overgedragen aan die voormalige gedaagden. [eiseressen] heeft zijn hoofdvorderingen jegens De logistiek partners ingetrokken, maar zijn vorderingen tot betaling van proceskosten gehandhaafd. De voorzieningenrechter oordeelt nu dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bevat de volgende stukken:
- de dagvaarding(en) van 27 november 2025,
- herstelexploot betekening dagvaarding aan Optimal Connection,
- de akte houdende overlegging producties van [eiseressen] van 27 november 2025 met producties EP01 tot en met EP47,
- de antwoordakte inzake bevoegdheidsverweer, zekerheidsstellingsverzoek en schorsingsverzoek, tevens akte houdende overlegging nadere producties (met toelichting) van [eiseressen] van 12 januari 2026, met producties EP48 tot en met EP60,
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte overlegging nadere productie van [eiseressen], met productie EP61,
- de akte houdende overlegging nadere producties van [eiseressen] van 15 januari 2026, met producties EP62 en EP 63,
- de Conclusie van antwoord van Decofresh met producties GP01 tot en met GP09 van Decofresh,
- de akte houdende overlegging nadere producties van Decofresh c.s. met productie GP10,
- de conclusie van antwoord van Flower Optimal, met producties GP01 tot en met GP05,
- de akte overlegging aanvullende producties van Flower Optimal met producties GP06 tot en met GP08,
- de conclusie van antwoord van Flowers Optimal met producties GP01 tot en met GP04,
- overlegging productie GP05,
- de akte overlegging aanvullende producties van Flower Optimal met producties GP06 tot en met GP08,
- de conclusie van antwoord van Aviv c.s. van 14 januari 2026 met producties GP01 tot en met GP07,
- overlegging productie GP08,
- de mondelinge behandeling van 16 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiseressen],
- de pleitnota van Decofresh c.s.,
- de pleitnota van Flower Optimal,
- de pleitnota van Aviv c.s.
- de akte houdende vermindering van eis tevens uitlating gevolgen regeling voor restant procedure van [eiseressen] van 1 juni 2026 met EP64 en EP65,
- de antwoordakte uitlaten proceskosten van Flower Optimal van 5 juni 2026,
- de akte uitlating proceskosten van Aviv c.s. van 8 juni 2026,
- de akte uitlating proceskosten van Decofresh c.s. van 9 juni 2026.
2.2.
Ten slotte is vonnis nader bepaald op 15 juli 2026.
2.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft [eiseressen] herhaaldelijk om uitstel van vonnis gevraagd in verband met lopende schikkingsonderhandelingen met oorspronkelijke gedaagden sub 1 tot en met 3 (Beauty Line c.s.). Hierover is door eiseressen en gedaagden met de rechtbank gecorrespondeerd. Ook hebben partijen met de rechtbank gecorrespondeerd over de gevolgen van de bereikte regeling tussen [eiseressen] en Beauty Line c.s. voor het verdere verloop van de procedure.
2.4.
De logistiek partners hebben bezwaar gemaakt tegen [eiseressen]’ akte van 1 juni 2026 met overlegging door [eiseressen] van producties EP64 en EP65, omdat die producties te laat zijn ingediend en in strijd zijn met de door de voorzieningenrechter gegeven instructies. [eiseressen] heeft op het bezwaar gereageerd. Het bezwaar van De logistiek partners wordt gepasseerd. [eiseressen] heeft zich als gevraagd door de voorzieningenrechter uitgelaten over de vraag “wie de kosten van wie zou moeten betalen (indachtig HR Wieland/GIA 3 juni 2016)”. Daaraan voldoet de akte. De opmerking in een eerder schrijven van de voorzieningenrechter dat geen nadere inhoudelijke stellingname werd verwacht, zag op de inhoudelijke discussie of sprake was van inbreuk. Hoe dan ook zag de akte (met producties) op de door de voorzieningenrechter gestelde vraag, die overigens ook de thans nog te beslissen vraag betreft. Die producties konden ook niet eerder werden overgelegd omdat zij zagen op de na afloop van de kort geding zitting overeengekomen overdracht van het kwekersrecht aan Beauty Line c.s..

3.De feiten

3.1.
[eiseressen] is een sierteeltbedrijf. Zij houdt zich sinds 1999 bezig met het cultiveren van het geslacht Lepidium (kruidkers). [eiseres 1] was houdster van het communautaire kwekersrecht voor het plantenras ‘Ofarim’ van de soort Lepidium ruderale L. (hierna: het Kwekersrecht). Het Kwekersrecht is op 5 mei 2008 verleend aan [naam] en ingeschreven onder nummer [nummer]. Op 15 oktober 2018 is het Kwekersrecht overgedragen aan [eiseres 1].
3.2.
Flowers en [eiseres 3] zijn exclusieve licentienemers onder het Kwekersrecht. De planten van het ras Ofarim worden door de Licentienemers op de markt gebracht onder de naam ‘Green Bell’.
3.3.
De voormalige gedaagden 1 tot en met 3 (samen: Beauty Line c.s.) behoren tot het Danziger concern. Danziger ‘Dan’ Flower Farm is een sierteeltbedrijf dat sinds 1953 actief is op het gebied van de vermeerdering en verkoop van bloemen. Dit bedrijf staat aan het hoofd van het Danziger concern, dat onder meer Lepidium-planten vermeerdert en verkoopt onder de naam ‘Green Dragon’. (Danziger en Beauty Line c.s. zullen hierna samen worden aangeduid als Beauty Line c.s. of afzonderlijk als Danziger respectievelijk Beauty Line c.s.).
3.4.
Decofresh c.s. is een groep onderling verbonden vennootschappen die in Nederland actief zijn in de sierteelt- en bloemenhandel. Decofresh Holland levert diensten aan bedrijven (veelal bloemenkwekers) in de sierteeltsector. Zij pakt voor verschillende opdrachtgevers bloemen uit op de veilinglocatie van Royal Flora Holland. Decofresh Roses, houdt zich binnen het Decofresh-concern bezig met de inkoop en verkoop van bloemen. Zij verhandelt hoofdzakelijk rozen van een groep Keniaanse rozenkwekers. Deze verhandeling geschiedt uitsluitend via haar eigen webshop decofresh.com.
3.5.
Flower Optimal is een onderneming in de landbouwbranche, in het bijzonder in de bloemen- en plantenbranche. Daarbij biedt Flower Optimal verschillende diensten aan. Volgens haar website https://www.optimal-connection.com is zij vooral actief in het aanbieden van “strategische oplossingen en efficiënte overslagfaciliteiten voor kwekers” buiten de Europese Unie, met name uit Kenia, Ethiopië en Israël. Daarnaast biedt Flower Optimal de mogelijkheid aan kwekers om een eigen webshop te creëren waarop zij rechtstreeks hun producten aanbieden. Flower Optimal stelt het platform beschikbaar om een dergelijke webshop in te richten.
3.6.
Aviv c.s. is een logistieke dienstverlener voor Beauty Line c.s. in Naaldwijk. De catalogus van Aviv toont verschillende Green Dragon producten van Beauty Line c.s..
3.7.
Bij vonnis van de rechtbank Den Haag d.d. 29 oktober 2025 [1] (hierna: ‘het bodemvonnis’) is – kort gezegd – geoordeeld dat in de EU inbreuk op het kwekersrecht van [eiseressen] is gemaakt door Danziger en de niet-exclusieve Nederlandse distributeur [bedrijfsnaam] B.V. ("[bedrijfsnaam]") door het aanbieden en verhandelen van planten en bloemen van Green Dragon. In dit verband oordeelde de rechtbank dat Danziger reeds door het aanbieden van inbreukmakende Green Dragon via een website en catalogus inbreuk maakt op het kwekersrecht van [eiseressen].
3.8.
[eiseressen] is de huidige kort geding procedure begonnen tegen Beauty Line c.s. en De logistiek partners teneinde verhandeling van inbreukmakende planten in Nederland te beëindigen.
3.9.
Na de mondelinge behandeling heeft [eiseressen] herhaaldelijk om aanhouding van het vonnis gevraagd in verband met schikkingsonderhandelingen met Beauty Line c.s.. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat het kwekersrecht door [eiseressen] aan Beauty Line c.s. is overgedragen.

4.Het geschil

4.1.
[eiseressen] vordert – na vermindering van eis – dat het de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag moge behagen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de redelijke en evenredige kosten van de procedure – zodat betaling door één van de partijen de anderen zal kwijten – conform artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, te voldoen binnen veertien (14) dagen na de datum van het vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro [2] vanaf de vijftiende dag na de datum van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.
4.2.
[eiseressen] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiseressen] meent dat de proceskosten beperkt dienen te worden tot het IE-indicatietarief voor een eenvoudig kort geding. De omvang van het redelijkerwijs noodzakelijke feitenonderzoek ten behoeve van de procedure was zeer beperkt. Het geschil tussen [eiseressen] en De logistiek partners ziet slechts op de handelingen van De logistiek partners, die handelingen als tussenpersonen opleveren. Die informatie is De logistiek partners altijd bekend geweest. Er speelt geen geldigheidsdiscussie en de technische inbreuk was al door de rechtbank Den Haag vastgesteld in de bodemprocedure. de logistiek partners dienen in de kosten te worden veroordeeld omdat [eiseressen] op één lijn kan worden gesteld met een winnende partij.
4.3.
De logistiek partners voeren verweer. De logistiek partners concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiseressen], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseressen] met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseressen] in de kosten van deze procedure. Nu [eiseressen] de vordering heeft ingetrokken, dient hij volgens de hoofdregel in de kosten te worden veroordeeld. Van een situatie waarbij de logistiek partners in wezen aan het gevorderde hebben voldaan is geen sprake.
4.4.
De logistiek partners menen verder dat [eiseressen] op de voet van artikel 1019h Rv [3] veroordeeld dient te worden in de proceskosten van De logistiek partners volgens het IE-indicatietarief voor een normaal of complex kort geding in de zin van die indicatietarieven. Zij stellen dat er sprake is van een normaal aantal proceshandelingen en een groot aantal processtukken en producties. Het feitenonderzoek en het feitencomplex waren zeer omvangrijk. Verder was van belang of hier sprake was van oogstmateriaal of componenten. Ook dit aspect heeft ervoor gezorgd dat dit kort geding als complex en subsidiair als normaal moet worden aangemerkt.
4.5.
Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Bevoegdheid
5.1.
Nu [eiseressen] al zijn (kwekersrechtelijke) vorderingen heeft ingetrokken, behoeft de vraag of de voorzieningenrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen, geen beoordeling meer. De enige resterende vordering strekt tot veroordeling van De logistiek partners in de door [eiseressen] gemaakte proceskosten. De voorzieningenrechter is zonder meer bevoegd daarvan kennis te nemen, reeds omdat partijen die bevoegdheid niet hebben bestreden.
Juridisch kader proceskostenveroordeling na intrekken hoofdvorderingen
5.2.
Indien de gedaagde, na het aanhangig maken van de zaak, erin toestemt te voldoen aan hetgeen wordt gevorderd, maar partijen geen overeenstemming bereiken over de proceskosten, kan de eiser een beslissing omtrent de proceskosten verkrijgen door ter terechtzitting te verschijnen en zijn vorderingen te verminderen door intrekking van de hoofdvordering, zodat alleen de vordering tot veroordeling van de gedaagde in de proceskosten ter beoordeling overblijft. [4] In die gevallen kan artikel 1019h Rv van toepassing zijn hoewel de eiser die het geding heeft ingetrokken, strikt genomen niet de “in het gelijk gestelde partij is”, omdat dit geval voor de toepassing van deze bepaling daarmee op één lijn moet worden gesteld. [5] De gedaagde kan dan als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt en worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Wie dient de proceskosten te dragen?
5.3.
Partijen twisten in deze procedure over de vraag wie in de kosten van het geding dient te worden veroordeeld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat ieder zijn eigen kosten dient te dragen.
5.4.
Na de mondelinge behandeling is [eiseressen] met drie van de voormalige gedaagden (Beauty Line c.s.) in onderhandeling getreden over een minnelijke regeling. Deze partijen hebben uiteindelijk een regeling bereikt. De logistiek partners waren niet bij die onderhandelingen betrokken (ondanks pogingen daartoe van [eiseressen]) en maken – voor zover bekend – geen deel uit van die regeling. Wat daar ook van zij, [eiseressen] heeft aangegeven dat De logistiek partners na deze regeling de planten/bloemen die onderwerp van het kort geding waren weer kunnen verhandelen. De voorzieningenrechter oordeelt dat onder die omstandigheden [eiseressen] voorshands niet op één lijn kan worden gesteld met een partij die in een procedure in het gelijk is gesteld.
5.5.
Hetzelfde geldt echter voor De logistiek partners. De reden waarom zij hun verhandeling thans voort kunnen zetten ligt erin dat [eiseressen] zijn kwekersrecht heeft overgedragen (aan Beauty Line c.s.). De door hen verhandelde planten en bloemen waren afkomstig van Beauty Line c.s., zodat aangenomen mag worden dat Beauty Line c.s., thans kwekersrechthouder, hun evenmin de verhandeling zal beletten. In elk geval zijn de logistiek partners daarmee niet op één lijn te stellen met een winnende partij.
5.6.
Nu geen partij op één lijn is te stellen met een in het gelijk gestelde partij, ligt het in de rede dat ieder zijn eigen kosten moet dragen.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
verstaat dat de vordering is ingetrokken, met uitzondering van de proceskostenveroordeling;
6.2.
bepaalt dat elke partij zijn eigen kosten dient te dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman, rechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.Th. van Walderveen op 15 juli 2026.

Voetnoten

1.Zaaknr. C/09/595615 / HA ZA 20-652, hierna: het "bodemvonnis"
2.Burgerlijk Wetboek.
3.Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.
4.HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087 (Wieland/GIA).
5.Hof Den Haag 25 november 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4556, r.o. 4.11.