Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Lichter middel
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 2 juli 2026. Eiser betwistte onder meer dat hij ten tijde van de inbewaringstelling geen rechtmatig verblijf ontleende aan het Unierecht en stelde dat de maatregel gericht was op overlastbestrijding in plaats van op effectuering van vertrek.
De rechtbank stelde vast dat eiser meerdere keren was uitgezet naar Roemenië maar telkens snel terugkeerde, zonder zijn verblijf daadwerkelijk en effectief te beëindigen. Hierdoor rustte op eiser een vertrekplicht en was de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet terecht opgelegd vanwege het onderduikrisico.
Hoewel eiser aanvoerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet met een minder dwingende maatregel kon worden volstaan, oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende had toegelicht dat lichter middelen niet doeltreffend waren. Ook was de medische situatie van eiser geen beletsel voor detentie. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.