Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat de beschikking tot beëindiging van zijn verblijfsrecht niet op begrijpelijke wijze was bekendgemaakt en dat hij een asielaanvraag had ingediend, waardoor de maatregel niet gerechtvaardigd zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de beschikking van 9 februari 2026 en het uitreikingsblad inmiddels in het dossier aanwezig zijn en dat eiser met behulp van een Poolse tolk is geïnformeerd over de inhoud. Eiser was na de vertrektermijn naar Polen vertrokken, maar keerde binnen korte tijd terug zonder zijn verblijf daadwerkelijk te hebben beëindigd, waardoor het vertrek niet als effectief kon worden beschouwd. De maatregel van vreemdelingenbewaring is daarom gerechtvaardigd omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en een onderduikrisico bestaat.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom geen minder dwingende maatregel volstaat en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen. De maatregel is niet onrechtmatig of onevenredig bevonden.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.