Uitspraak
[derde-partij]uit [plaats] , vergunninghoudster
mr.Y. Al-Qaq, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de verlening van een omgevingsvergunning aan vergunninghoudster voor interne aanpassingen aan de Dorpskerk, een rijksmonument. De vergunning betreft het plaatsen van beeldschermen, speakers, camera’s, een tweede orgel, een bedieningstafel en bekabeling. Het college had de vergunning verleend na positief advies van de gemeentelijke erfgoedcommissie.
Eisers stelden dat het belang van monumentenzorg zich verzet tegen de vergunning en dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in plaats van de erfgoedcommissie advies had moeten geven. Ook voerden zij aan dat vergunninghoudster geen belanghebbende zou zijn omdat het project niet zou worden uitgevoerd wegens gebrek aan financiële middelen.
De rechtbank oordeelde dat vergunninghoudster terecht als belanghebbende was aangemerkt, omdat het niet evident was dat het project niet zou worden uitgevoerd en er al werkzaamheden waren verricht. Vervolgens werd ambtshalve het relativiteitsvereiste getoetst. De rechtbank concludeerde dat de aangevoerde rechtsnormen niet strekken tot bescherming van de individuele belangen van eisers, omdat de wijzigingen het interieur betreffen en geen impact hebben op het woon- en leefklimaat van eisers.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het bestreden besluit in stand. Eisers kregen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak werd gedaan door rechter D.G. Oomkes op 8 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de omgevingsvergunning voor interne aanpassingen aan de Dorpskerk wordt ongegrond verklaard.