Eiseres diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 20 februari 2024. De minister had op 12 maart 2024 een besluit genomen, dat door de rechtbank op 12 april 2024 werd vernietigd. De minister stelde hoger beroep in en vroeg een voorlopige voorziening, die werd toegewezen op 7 mei 2024.
Op 8 oktober 2025 trok de minister het hoger beroep in, waardoor de beslistermijn van zes maanden opnieuw begon te lopen. Ten tijde van de ingebrekestelling op 28 november 2025 en het beroep op 17 december 2025 was deze termijn nog niet verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.