ECLI:NL:RBDHA:2026:19502
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak niet-ontvankelijkheid asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 26 februari 2026 een opvolgende asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 2 juli 2026 behandeld in een zitting te Groningen, waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Na het sluiten van het onderzoek heeft de rechtbank op 15 juli 2026 uitspraak gedaan op het beroep.
Omdat de rechtbank op die datum uitspraak heeft gedaan op het beroep, achtte zij een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gemaakt en verzoeker is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.