ECLI:NL:RBDHA:2026:19503

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
NL25.63152
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Minister veroordeeld tot vergoeding proceskosten na intrekking asielbesluit

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de kennelijk ongegrondverklaring van zijn asielaanvraag. De minister heeft dit besluit op 9 juni 2026 ingetrokken vanwege een besluit- en vertrekmoratorium voor Iran dat sinds 23 maart 2026 van kracht is.

De rechtbank oordeelt dat deze intrekking gelijkstaat aan tegemoetkomen aan het verzoek, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker heeft daarop het verzoek ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 934,- na intrekking van het asielbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63152

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd na de kennelijk ongegrondverklaring van zijn asielaanvraag. De minister heeft dit besluit op 9 juni 2026 ingetrokken. Verzoeker heeft daarop het verzoek ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De minister heeft het besluit na het indienen van de voorlopige voorziening
ingetrokken. Hieraan legt de minister ten grondslag dat vanaf 23 maart 2026 voor Iran een besluit- en vertrekmoratorium voor de duur van zes maanden van kracht is. Op dit moment is onzeker hoe de situatie in Iran zich gaat ontwikkelen en welke gevolgen dat heeft voor de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank sprake is van (een situatie die is gelijk te stellen met) tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 934,-. [3]

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 1.