Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.De terechtzitting
2.De tenlasteleggingAan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 6 januari 2021 te Delft en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
- één of meerdere PGP-telefoons, althans encryptie-telefoons, in elk geval telefoons voorhanden gehad en/of daarvan gebruik gemaakt in de communicatie met één of meer van zijn mededaders en/of
- stoffen waarmee middelen op lijst I van de Opiumwet vervaardigd kunnen worden, waaronder methylester PMK glycidezuur en/of aceton en/of methylamine en/of zoutzuur en/of caustic soda en/of citroenzuur en/of wijnsteenzuur en/of toluene en/of methanol, aangeschaft en/of vervoerd en/of verstrekt en/of voorhanden gehad en/of
- ontmoetingen gehad met en/of (telefonische) afspraken gemaakt met en/of besprekingen en/of onderhandelingen gevoerd met en/of inlichtingen en/of aanwijzingen en/of opdrachten (door)gegeven aan zijn mededader(s) en/of een of meer anderen, om verdovende middelen te vervaardigen en/of te kopen en/of verkopen en/of te bewerken en/of in ontvangst te nemen en/of vervoeren en/of betreffende de wijze waarop die verdovende middelen, zou(den) worden gekocht en/of bewerkt en/of geleverd en/of afgenomen en/of verder vervoerd, althans om stoffen om verdovende middelen te vervaardigen, te kopen en/of verkopen en/of te bewerken en/of in ontvangst te nemen en/of vervoeren en/of
- (aan/bij) de kopende en/of verkopende partij informatie (op)gevraagd en/of verstrekt over de prijzen, omvang en/of samenstelling van verdovende middelen, dan wel van stoffen om deze verdovende middelen te vervaardigen, en/of locaties (ter bereiding/verwerking) en/of transportmogelijkheden en/of
- geld en/of waardepapieren verstrekt en/of afgeleverd en/of vervoerd en/of in ontvangst genomen en/of betaling(en) gedaan en/of laten doen ten behoeve van de aanschaf en/of verkoop van verdovende middelen;
hij op of omstreeks 13 april 2021 te Vianen, gemeente Vijfheerenlanden, althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 40 kilogram cocaïne in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3.Procesafspraken
- de verdachte afziet van het indienen van onderzoekswensen en al ingediende (en eventueel toegewezen) onderzoekswensen schriftelijk intrekt;
- de verdachte geen nadere verklaring hoeft af te leggen;
- de officieren van justitie rekwireren tot bewezenverklaring van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten en tot veroordeling van de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden met aftrek van de tijd die de verdachte voor deze strafzaak in voorarrest heeft doorgebracht;
- de verdediging geen verweren voert, hetgeen ziet op onder andere de procedure, de bewezen feiten en/of de geëiste straf;
- de verdachte zich niet zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de straf en ter terechtzitting van de rechtbank zal verschijnen;
- door de verdediging en het Openbaar Ministerie geen hoger beroep wordt ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de gemaakte afspraken.
eerstevraag van artikel 350 Sv Pro brengt de eigen zelfstandige verantwoordelijkheid van de rechtbank met zich dat zij zelf – ongeacht wat het afdoeningsvoorstel daarover inhoudt – dient na te gaan of zij het aan de verdachte ten laste gelegde feit bewezen acht. Artikel 338 Sv Pro dwingt de rechtbank ertoe het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan slechts aan te nemen indien zij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen.
vierdevraag van artikel 350 Sv Pro heeft de rechtbank een eigen zelfstandige verantwoordelijkheid om te komen tot een strafoplegging die zij passend en geboden acht. De rechtbank heeft hierbij een grote vrijheid, zowel in de keuze van de op te leggen straf als de waardering van de factoren die zij daarbij betrekt. Het afdoeningsvoorstel is een relevante factor die de rechtbank moet betrekken bij de keuze van de op te leggen straf. Indien de rechtbank van oordeel is dat wat het afdoeningsvoorstel over de strafoplegging inhoudt, in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting, ligt het in de rede dat zij die straf als passend en geboden oplegt.
4.De bewijsbeslissing
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot en met 6 januari 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,
behorende lijst I en/of een of meer ander(e) middel(en) vermeld op lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- één of meerdere PGP-telefoons, althans encryptie-telefoons, in elk geval telefoons voorhanden gehad en/of daarvan gebruik gemaakt in de communicatie met één of meer van zijn mededaders en/of
aan/bij) de kopende en/of verkopende partij informatie (op)gevraagd en/of verstrekt over de prijzen, omvang en/of samenstelling van verdovende middelen, dan wel van stoffen om deze verdovende middelen te vervaardigen, en/of locaties (ter bereiding/verwerking) en/of transportmogelijkheden en/of
geld en/of waardepapieren verstrekt en/of afgeleverd en/of vervoerd en/of in ontvangst genomen en/of betaling(en) gedaan en/of laten doen ten behoeve van de aanschaf en/of verkoop van verdovende middelen;
hij op 13 april 2021 te Vianen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 40 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
- 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10, 10a van de Opiumwet en de daarbij behorende lijst I.
9.De beslissing
40 (VEERTIG) MAANDEN;