ECLI:NL:RBDHA:2026:1951

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
NL26.1179
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag na vernietiging besluit

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn asielaanvraag van 8 juni 2023. Eerder had de rechtbank op 24 juni 2025 de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, zonder een nadere beslistermijn te stellen. Hierdoor begon de wettelijke beslistermijn van zes maanden te lopen vanaf die datum.

De beslistermijn eindigde op 24 december 2025, terwijl eiser zijn ingebrekestelling op 2 december 2025 indiende, wat prematuur was. De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep niet voldoet aan de vereisten voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier A.W. Landman, zonder zitting.

Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak, met de optie om een zitting te verzoeken.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.1179

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam]- [naam], eiser,

V-nummer: [nummer])
(gemachtigde: mr. S. Igdeli),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd opnieuw zou hebben beslist op de asielaanvraag van 8 juni 2023.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In de uitspraak van 24 juni 2025 (NL25.9434) heeft de rechtbank de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag. De rechtbank heeft daarbij geen nadere beslistermijn bepaald. Dat betekent dat de wettelijke beslistermijn vanaf die datum is gaan lopen. Die termijn bedraagt 6 maanden en eindigde op 24 december 2025. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 2 december 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [2]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).