Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn asielaanvraag van 8 juni 2023. Eerder had de rechtbank op 24 juni 2025 de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, zonder een nadere beslistermijn te stellen. Hierdoor begon de wettelijke beslistermijn van zes maanden te lopen vanaf die datum.
De beslistermijn eindigde op 24 december 2025, terwijl eiser zijn ingebrekestelling op 2 december 2025 indiende, wat prematuur was. De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep niet voldoet aan de vereisten voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier A.W. Landman, zonder zitting.
Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak, met de optie om een zitting te verzoeken.