ECLI:NL:RBDHA:2026:19514
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige Eritrese identiteit en herkomst
Eiser diende op 6 juni 2024 een asielaanvraag in met de stelling dat hij Eritrese nationaliteit bezit en tot de Tigrinya- en Amhaarse bevolkingsgroepen behoort. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de identiteit en herkomst.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om documenten te verkrijgen die zijn identiteit en herkomst kunnen onderbouwen, ondanks dat hij vanaf zijn achttiende in Ethiopië woonde en hulp van zijn moeder kon krijgen. Ook werd niet aannemelijk geacht dat het ontbreken van documenten te wijten is aan omstandigheden buiten zijn macht, aangezien hij onderwijs volgde en werkte.
Hoewel het verschil in geboortedatum mogelijk verklaard kan worden door kalenderomzetting, leidt dit niet tot aannemelijkheid van zijn identiteit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.