ECLI:NL:RBDHA:2026:19526
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige zorgregeling wegens huiselijk geweld en belang minderjarige
Partijen zijn gehuwd en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2010. De vader verzocht om een voorlopige zorgregeling waarbij het kind wekelijks van vrijdag tot zondag bij hem verblijft. De moeder verzette zich tegen deze regeling, stellende dat het kind geen contact wenst vanwege een turbulente periode met huiselijk geweld.
De rechtbank nam kennis van diverse stukken, waaronder e-mailberichten van de trajectbegeleider en de strafrechtelijke veroordeling van de vader tot een taakstraf. De moeder en het kind verblijven sinds juni 2025 in een vrouwenopvang. De rechtbank overwoog dat omgangsbegeleiding niet passend is gezien de voorgeschiedenis en de leeftijd en wensen van het kind.
De rechtbank achtte het belang van het kind leidend en vond dat rust en stabiliteit voor het kind nu voorop staan. De vader heeft geen behandeling gezocht en toont geen inzicht in de gebeurtenissen. De rechtbank wees het verzoek af en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige zorgregeling wordt afgewezen wegens het belang van de minderjarige en de voorgeschiedenis van huiselijk geweld.