ECLI:NL:RBDHA:2026:19601
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen inhouding leefgeld wegens bedreiging beveiliger
Eiser, een Syrische asielzoeker verblijvend in een opvanglocatie, kreeg op 27 november 2025 een eenmalige inhouding van €4,95 leefgeld opgelegd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (verweerder) vanwege een bedreiging van een beveiliger op 26 november 2025.
Eiser betwistte de inhouding en voerde aan dat het besluit te mechanisch was toegepast zonder voldoende individuele afweging, in strijd met het evenredigheidsbeginsel, mede gelet op zijn persoonlijke omstandigheden zoals gezondheid en sociale binding.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was tot inhouding op grond van de Regeling verstrekking asielzoekers en het Reglement Onthouding Verstrekkingen, waarbij het incident als een gebeurtenis met geringe impact werd aangemerkt. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de maatregel onevenredig was, omdat de inhouding beperkt was en eiser tijdens het maatregelengesprek de gelegenheid had zijn zienswijze te geven.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke situatie van eiser en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de eenmalige inhouding van leefgeld wegens bedreiging van een beveiliger is ongegrond verklaard.