ECLI:NL:RBDHA:2026:19628

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
NL25.19557
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst

Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1978, verzocht op 15 november 2024 om een visum kort verblijf om haar zus te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko, waardoor de tijdige terugkeer niet gewaarborgd zou zijn.

Eiseres voerde aan dat zij voor haar hoogbejaarde vader zorgt, die ernstige gezondheidsproblemen heeft, en dat zij mede-eigenaar is van een woning in Marokko. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres haar zorgtaken niet met stukken had onderbouwd en dat ook niet aannemelijk was gemaakt dat niemand anders voor haar vader kan zorgen. Daarnaast werd geoordeeld dat het mede-eigendom van een woning niet betekent dat fysieke aanwezigheid vereist is.

Verder stelde eiseres dat de hoorplicht was geschonden omdat geen hoorzitting in de bezwaarfase had plaatsgevonden. De rechtbank vond dat de minister terecht van een hoorzitting kon afzien omdat het bezwaar geen nieuwe feiten of stukken bevatte die tot een ander besluit konden leiden.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het visumverzoek definitief af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19557
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: mr. S. Petkovic),
en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. J.P. Arts).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een visum kort verblijf. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Eiseres is geboren op [geboortedag] 1978 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Ze is ongehuwd en heeft geen kinderen. Eiseres heeft op 15 november 2024 verzocht om een visum kort verblijf om op bezoek te gaan bij haar zus, [persoon] (referente).
2.2.
Met het primaire besluit van 11 december 2024 heeft verweerder de aanvraag afgewezen.
2.3.
Met het bestreden besluit van 1 april 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de sociale en economische binding met het land van herkomst onvoldoende is aangetoond dan wel gering is gebleken, waardoor de tijdige terugkeer van eiseres naar haar land van herkomst niet is gewaarborgd.
2.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. L. Hu als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Sociale binding
3.1.
Eiseres voert aan dat zij voldoende sociale binding heeft met Marokko. Zij moet namelijk voor haar vader zorgen. Haar vader is hoogbejaard, bijna 81 jaar, hartpatiënt en hij lijdt aan een chronische longaandoening. Er is in Marokko niemand anders die structureel voor hem kan zorgen. De moeder van eiseres is overleden, één zus van eiseres woont in het buitenland en de andere zus heeft in Marokko een fulltime baan en een gezin. Volgens eiseres is het lastig om de ondersteuning aan haar vader bij zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen te onderbouwen.
3.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres heeft in beroep toegelicht waaruit de zorgtaken voor haar vader bestaan: ze ondersteunt hem bij zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen, waaronder eten en drinken, douchen en aankleden, boodschappen doen en huishoudelijke taken. Eiseres heeft de zorgtaken die zij voor haar vader uitvoert echter niet met stukken aannemelijk gemaakt of verder geconcretiseerd. Eiseres heeft verder ook slechts gesteld en niet met stukken aannemelijk gemaakt dat niemand anders deze zorgtaken kan overnemen. Dat het voor eiseres lastig is om de zorgtaken te onderbouwen, laat onverlet dat de bewijslast op eiseres rust. Voor het oordeel dat het niet mogelijk is om stukken te overleggen, zit de rechtbank geen aanknopingspunten. Voor zover eiseres verder heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat ze al haar hele leven in Marokko woont, overweegt de rechtbank dat verweerder hier niet expliciet rekening mee hoefde te houden. Deze enkele omstandigheid zegt op zichzelf niets over haar sociale binding met Marokko. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de sociale binding met Marokko niet zodanig is dat tijdige terugkeer gewaarborgd is.
Economische binding
4.1.
Eiseres voert aan dat zij wel voldoende economische binding heeft met Marokko. Daartoe stelt eiseres dat zij mede-eigenaar is van de woning. Ze draagt geen zelfstandige financiële lasten en wordt financieel onderhouden door haar vader.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de economische binding van eiseres met Marokko terecht onvoldoende geacht om tijdige terugkeer gewaarborgd te achten. Verweerder heeft daarbij in aanmerking mogen nemen dat eiseres geen werk heeft waarvoor zij terug moet keren. Over het feit dat eiseres mede-eigenaar is van haar woning, heeft verweerder terecht gesteld dat dit niet betekent dat haar fysieke aanwezigheid in Marokko vereist is.
Schending hoorplicht
5.1.
Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte geen hoorzitting heeft gehouden in de bezwaarfase.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft mogen afzien van het houden van een hoorzitting. Uit vaste rechtspraak volgt dat het uitgangspunt is dat verweerder een vreemdeling in bezwaar hoort. [1] Verweerder heeft alleen de mogelijkheid om van het horen in bezwaar af te zien, als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. [2] Het gaat in deze zaak namelijk in de kern om de vraag of eiseres mantelzorg verleend aan haar vader. In bezwaar heeft eiseres stukken toegestuurd die de medische klachten van haar vader onderbouwen. Maar dat punt is niet in geschil. Verweerder twijfelt er wel aan wat de rol van eiseres daarbij is. Eiseres heeft wel gesteld dat zij zorgt voor haar vader, maar heeft deze zorg niet met stukken onderbouwd of verder geconcretiseerd. Omdat eiseres omtrent de kern van de zaak geen stukken heeft ingediend, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht gesteld dat op voorhand geen twijfel mogelijk was dat het bezwaar niet tot een ander standpunt zou kunnen leiden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van
mr.I.G.A. Karregat, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van
2.Op grond van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.