ECLI:NL:RBDHA:2026:19634

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/09/708514
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging machtiging verplichte zorg wegens escalatie en risico op decompensatie

De rechtbank Den Haag behandelde op 9 juli 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van de zorgmachtiging voor betrokkene, die sinds april 2026 onder verplichte zorg staat. Betrokkene verblijft sinds juni 2026 op een open afdeling, waar zij na een periode van relatieve stabiliteit opnieuw middelen gebruikte en agressief werd, wat leidde tot een crisissituatie.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan niet opgesloten te willen worden vanwege claustrofobie en erkende zij een incident waarbij zij een zorgverlener bij de keel greep, hoewel zij stelde eerst aangevallen te zijn. De advocaat voerde aan dat insluiting en cameratoezicht eerder niet noodzakelijk werden geacht en dat er nog alternatieven zijn. De zorgverleners verklaarden dat de situatie ernstiger is geworden door de open afdeling met minder toezicht en dat separatie noodzakelijk was om betrokkene te stabiliseren.

De rechtbank oordeelde dat de eerdere zorgmachtiging niet langer volstaat en dat de tijdelijke inzet van insluiting en toezicht gerechtvaardigd is om een noodsituatie af te wenden. Gezien het risico op nieuwe decompensaties bij middelengebruik en de veiligheid van personeel en mede bewoners, is de uitbreiding van verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk. De machtiging wordt daarom gewijzigd en verlengd tot 10 april 2027.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt en verlengt de zorgmachtiging met insluiting en toezicht tot 10 april 2027.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/708514 / FA RK 26-6832
Datum beschikking: 9 juli 2026

Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie Parnassia, afdeling LIB te [plaats] ,
advocaat: mr. S.V. Jansen te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 10 april 2026 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 23 juni 2026;
- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 22 juni 2026 door [naam 1] , zorgverantwoordelijke;
- een aanvraag aan de officier van justitie van 2 juli 2026 door de geneesheer-directeur;
- een gewijzigd zorgplan van 23 juni 2026;
- een aanvullende medische verklaring van 1 juli 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en de tolk Spaans, V.E. Hautemann;
- de verpleegkundig specialist en regiebehandelaar, [naam 1] ;
- de verpleegkundige, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft verklaard niet in een EBK (extra beveiligde kamer) opgesloten te willen worden omdat zij claustrofobie heeft. Betrokkene heeft al lange tijd geen drugs gebruikt. Betrokkene erkent de zorgverlener bij de keel gegrepen te hebben, maar de zorgverleners hebben haar in eerste instantie aangevallen en geslagen.
De advocaat heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen. Betrokkene is claustrofobisch en geeft aan eerst aangevallen te zijn. Er was tijdens de zitting voor de zorgmachtiging op 10 april 2026 sprake van een soortgelijke situatie, maar toen werd insluiten en het inzetten van cameratoezicht door de psychiater niet noodzakelijk geacht. De advocaat vraagt zich af of dit nu anders is, nu betrokkene inmiddels op een open afdeling verblijft. Deze vormen van verplichte zorg zijn ook niet proportioneel, nu er nog alternatieven zijn om in te zetten.
De verpleegkundig specialist heeft verklaard dat betrokkene bekend is met oplopende spanning bij drugsgebruik. Betrokkene verblijft sinds begin juni op de open afdeling met meer vrijheden en minder personeel inzet, waarbij zij na drie weken de misstap heeft begaan om weer te gaan blowen, waarop zij is gedecompenseerd. De advocaat heeft naar voren gebracht dat tijdens de zitting van 10 april 2026 insluiting en cameratoezicht op betrokkene niet noodzakelijk werd geacht nadat een soortgelijk incident had plaatsgevonden, maar op dat moment verbleef betrokkene nog op een gesloten afdeling met meer begeleiding, toezicht en minder vrijheden. Binnen deze gesloten afdeling werd betrokkene nog gecontroleerd op de aanwezigheid van middelen. Hier is binnen de open afdeling niet de mogelijkheid toe. Er is alles aangedaan om de insluiting van betrokkene te voorkomen, zoals de inzet van het kamerprogramma en een prikkelarme omgeving, maar dit was uiteindelijk niet voldoende om de crisissituatie af te wenden.
De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat er voorafgaand aan het incident al langere tijd sprake was van oplopende spanning bij betrokkene, waarbij zij blowde. Er is een crisissituatie ontstaan waar betrokkene een medewerker bij de keel heeft gegrepen en vervolgende op de intensivecareafdeling met water heeft gegooid. De gegeven medicatie had geen effect. Separatie was vervolgens noodzakelijk.
Betrokkene is nu gestabiliseerd en zij blowt niet meer. Zij is weer terug op de afdeling en het gaat goed met haar. Betrokkene stelt zich over het algemeen meewerkend op en is een lieve vrouw, maar zij heeft zelfs de verpleegkundige die zij graag mag aangevallen toen zij decompenseerde. Er blijft een risico bestaan op een nieuwe decompensatie, aangezien dit snel kan gebeuren wanneer betrokkene middelen gebruikt. Er is een signaleringsplan opgesteld wat wordt gevolgd zodat er in zo’n situatie op tijd aan de bel getrokken kan worden. Op de open afdeling zijn wel minder zorgverleners en zijn de zorgverleners anders opgeleid, waardoor zij een crisissituatie zonder separatie minder goed kunnen ondervangen.

Beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 10 april 2026 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene,
Betrokkene heeft geprobeerd haar begeleiding te stranguleren. Ondanks inzet van alternatieven, was separatie uiteindelijk toch noodzakelijk om betrokkene te stabiliseren. De rechtbank begrijpt uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht dat er al langer sprake was van oplopende spanning bij betrokkene en dat betrokkene gevoelig is voor decompensatie wanneer zij middelen gebruikt. Betrokkene verblijft op een open afdeling, wat maakt dat er minder middelen en zorgverleners zijn om te voorkomen dat betrokkene drugs gebruikt en om de situatie te de-escaleren wanneer betrokkene decompenseert en agressie vertoont. Dit maakt de situatie van betrokkene anders dan zoals deze was ter zitting van 10 april 2026, toen zij nog op de gesloten afdeling verbleef. Het is daarom op dit moment wel voorzienbaar dat de voornoemde vormen van verplichte zorg opnieuw ingezet moeten worden ter bescherming van de zorgverleners en van betrokkene zelf.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet.
Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. Betrokkene geeft aan niet opgesloten te willen worden omdat zij claustrofobie heeft. Opsluiting in een EBK is een heel zwaar middel, dat zo min mogelijk moet worden toegepast, maar betrokkene kan alleen op de open afdeling verblijven, wanneer het daar werkende personeel en mede bewoners veilig kunnen zijn. Betrokkene weet dat zij geen middelen moet gebruiken, omdat zij dan snel kan decompenseren en agressie kan vertonen.
Het belang van de zo veilig mogelijke omgeving voor personeel en mede bewoners weegt zwaarder dan het individuele belang van betrokkene om niet gesepareerd te worden, waar zij zelf ook invloed op heeft door verstandige keuzes te maken.
Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen tot 10 april 2027, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.

Beslissing

De rechtbank:
wijzigt de op 10 april 2026 verleende zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 april 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. M. van Leeuwen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.