ECLI:NL:RBDHA:2026:19634
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging machtiging verplichte zorg wegens escalatie en risico op decompensatie
De rechtbank Den Haag behandelde op 9 juli 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van de zorgmachtiging voor betrokkene, die sinds april 2026 onder verplichte zorg staat. Betrokkene verblijft sinds juni 2026 op een open afdeling, waar zij na een periode van relatieve stabiliteit opnieuw middelen gebruikte en agressief werd, wat leidde tot een crisissituatie.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan niet opgesloten te willen worden vanwege claustrofobie en erkende zij een incident waarbij zij een zorgverlener bij de keel greep, hoewel zij stelde eerst aangevallen te zijn. De advocaat voerde aan dat insluiting en cameratoezicht eerder niet noodzakelijk werden geacht en dat er nog alternatieven zijn. De zorgverleners verklaarden dat de situatie ernstiger is geworden door de open afdeling met minder toezicht en dat separatie noodzakelijk was om betrokkene te stabiliseren.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere zorgmachtiging niet langer volstaat en dat de tijdelijke inzet van insluiting en toezicht gerechtvaardigd is om een noodsituatie af te wenden. Gezien het risico op nieuwe decompensaties bij middelengebruik en de veiligheid van personeel en mede bewoners, is de uitbreiding van verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk. De machtiging wordt daarom gewijzigd en verlengd tot 10 april 2027.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt en verlengt de zorgmachtiging met insluiting en toezicht tot 10 april 2027.