ECLI:NL:RBDHA:2026:19638
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Tsjechië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden omdat hij in Tsjechië discriminatie heeft ervaren en vreest dat hij bij terugkeer behandeld zal worden in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het EU-Handvest. Tevens stelde hij dat hij een sterkere band met Nederland heeft dan met Tsjechië.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem in Tsjechië zulke tekortkomingen vertoont dat er een reëel risico is op schending van genoemde artikelen. Ook de stelling dat hij een sterkere band met Nederland heeft, is onvoldoende om af te wijken van de overdracht aan Tsjechië. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.