ECLI:NL:RBDHA:2026:19650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens toewijzing bodemzaak
Verzoekster heeft een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep en oordeelde dat nu de bodemzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de door verzoekster gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.