ECLI:NL:RBDHA:2026:19654
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit visum kort verblijf wegens schending hoorplicht en onvoldoende motivering
Eisers, beiden van Ghanese nationaliteit, dienden afzonderlijk een aanvraag in voor een visum voor kort verblijf met als doel familiebezoek aan hun grootmoeder in Nederland. De minister wees de aanvragen af wegens onvoldoende aantoonbare binding met het land van herkomst en twijfels over de authenticiteit van bewijsstukken en het reisdoel.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen van eisers in bezwaar, terwijl zij voldoende inspanningen hadden verricht om bewijs te leveren en de minister nog vragen had. Hierdoor is de hoorplicht geschonden, wat leidt tot vernietiging van het bestreden besluit.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het doel en de omstandigheden van het verblijf voldoende zijn aangetoond, mede door de toelichting van de referent op de zitting. De minister mag deze grond niet meer tegenwerpen.
De rechtbank draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eisers en/of referent worden gehoord en rekening wordt gehouden met de actuele situatie van eisers. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de visumaanvragen wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering, met opdracht tot een nieuw besluit na horen van eisers.