Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiseres] ,
[eiser],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.Waar gaat de zaak over?
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
[gedaagden] c.s. bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk veroordeelt tot betaling van:
- samengevat - ten grondslag dat hij geen partij is bij de overeenkomst van geldlening. De overeenkomst van geldlening is uitsluitend gesloten met zijn vader, [gedaagde 1] . Voor zover de rechtbank van oordeel is dat [gedaagde 2] wel partij is bij de overeenkomst van geldlening, dan kan de gevorderde contractuele rente niet worden toegewezen omdat deze niet schriftelijk is bedongen. [gedaagde 2] betwist daarnaast dat hij buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.
5.De beoordeling
Ter zitting hebben [eisers] c.s. nog toegelicht dat [gedaagde 2] aanwezig is geweest bij alle gesprekken die hebben plaatsgevonden tussen [gedaagde 1] en
[eisers] c.s. Daartegenover staat de betwisting van [gedaagde 2] . [gedaagde 2] voert aan dat hij nooit heeft ingestemd met het verstrekken van een geldlening aan hem. De overeenkomst van geldlening is uitsluitend aangegaan met [gedaagde 1] . Het doel hiervan was het verstrekken van financiële steun aan [gedaagde 1] in een voor hem moeilijke periode. Weliswaar is daarbij ook een bedrag naar de bankrekening van [gedaagde 2] overgeboekt, maar die overboeking is in opdracht en ten behoeve van [gedaagde 1] verricht. De reden voor deze overboeking was gelegen in het feit dat [gedaagde 1] bang was dat zijn uitkering zou worden stopgezet als het bedrag op zijn eigen bankrekening zou worden overgemaakt, aldus [gedaagde 2] . [gedaagde 2] voert daarnaast aan dat het document met omschrijving van de geldlening eenzijdig is opgesteld door [eisers] c.s. en dat hij ook nooit aanmaningen heeft ontvangen.
[eisers] c.s. en het feit dat één of meerdere betalingen via zijn bankrekening zijn verlopen, leidt niet automatisch tot de conclusie dat sprake is van een overeenkomst van geldlening met [gedaagde 2] . Daarbij weegt de rechtbank mee dat uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken, feiten en omstandigheden volgen die juist wijzen op een overeenkomst van geldlening met [gedaagde 1] . De door
[eisers] c.s. overgelegde brieven van 20 juni 2024, 8 juli 2024, 16 juli 2024 en 22 juli 2024 zijn uitsluitend aan [gedaagde 1] gericht. Ook de overgelegde correspondentie met Incassocenter en de WhatsApp-correspondentie worden uitsluitend met [gedaagde 1] gevoerd. Daarbij komt dat [eisers] c.s. ter zitting hebben toegelicht dat het doel van de onderhavige overeenkomst van geldlening was om [gedaagde 1] te ondersteunen bij het betalen van zijn vaste lasten. Dit duidt niet op een overeenkomst van geldlening met [gedaagde 2] . Gelet hierop, is de door [eisers] c.s. gestelde overeenkomst van geldlening met [gedaagde 2] niet vast komen te staan. Concreet betekent dit dat de vordering van € 38.500,00 en de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten jegens [gedaagde 2] worden afgewezen.
6.De beslissing
€ 2.859,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met
€ 98,00 als [eisers] c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,